BWBR0020800
Geldig vanaf 2012-12-14
Artikel 12
Regeling inrichting landelijk gebied
1. Indien de onteigening ten behoeve van de realisatie van een infrastructureel werk, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet, eerder plaatsvindt dan de toedeling van vervangende grond, bedoeld in artikel 11, besluiten gedeputeerde staten op verzoek van de onteigende partij op grond van artikel 45, eerste lid, van de wetof aan deze grond in tijdelijk gebruik kan worden gegeven. Indien gedeputeerde staten besluiten aan de onteigende partij grond in tijdelijk gebruik te geven, doen zij van hun besluit mededeling aan de deskundigen die op grond van artikel 27 van de onteigeningswetzijn benoemd door de rechtbank die uitspraak doet over de schadeloosstelling.
2. Het bestuursorgaan dat besluit tot de onteigening, bedoeld in het eerste lid, vergoedt aan gedeputeerde staten de kosten die zijn gemoeid met het in tijdelijk gebruik geven van grond op grond van het besluit van gedeputeerde staten, bedoeld in het eerste lid. Bedoelde kosten worden mede gebaseerd op de schadeloosstelling.
2. Het bestuursorgaan dat besluit tot de onteigening, bedoeld in het eerste lid, vergoedt aan gedeputeerde staten de kosten die zijn gemoeid met het in tijdelijk gebruik geven van grond op grond van het besluit van gedeputeerde staten, bedoeld in het eerste lid. Bedoelde kosten worden mede gebaseerd op de schadeloosstelling.