BWBR0020800
Geldig vanaf 2012-12-14
Artikel 18
Regeling inrichting landelijk gebied
Bij de bepaling van de gelijke hoedanigheid van gronden blijven de volgende kenmerken van de gronden buiten beschouwing:
a. het feitelijke gebruik;
b. de verkavelingssituatie;
c. de ontsluitingssituatie;
d. de beheersing van het oppervlaktewaterpeil;
e. de mate van egaliteit van het maaiveld;
f. de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten of kabels en leidingen;
g. de aanwezigheid van beregeningsinstallaties of drainage;
h. overige fysieke elementen die het feitelijk gebruik beïnvloeden, en
i. andere dan agrarische kenmerken.
a. het feitelijke gebruik;
b. de verkavelingssituatie;
c. de ontsluitingssituatie;
d. de beheersing van het oppervlaktewaterpeil;
e. de mate van egaliteit van het maaiveld;
f. de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten of kabels en leidingen;
g. de aanwezigheid van beregeningsinstallaties of drainage;
h. overige fysieke elementen die het feitelijk gebruik beïnvloeden, en
i. andere dan agrarische kenmerken.