BWBR0020800
Geldig vanaf 2012-12-14
Artikel 14
Regeling inrichting landelijk gebied
1. Na de uitspraak van de rechtbank, bedoeld in artikel 37 van de onteigeningswet, stellen gedeputeerde staten vast in welke mate de toedeling van vervangende grond, bedoeld in artikel 11, de schade ontstaan door de onteigening, bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet, compenseert. Voor zover bedoelde toedeling de schade ontstaan door de onteigening niet of niet volledig compenseert, keren gedeputeerde staten de schadeloosstelling uit aan de onteigende partij afhankelijk van de mate waarin geen of geen volledige compensatie heeft plaatsgevonden door bedoelde toedeling.
2. Voor zover de schadeloosstelling op grond van het eerste lid niet wordt uitgekeerd aan de onteigende partij, wordt deze in mindering gebracht op de kosten, bedoeld in artikel 90, derde lid, van de wet, die de gezamenlijke eigenaren in het blok, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet, dragen.
3. Het besluit, bedoeld in het eerste lid, maakt deel uit van de lijst der geldelijke regelingen, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet.
2. Voor zover de schadeloosstelling op grond van het eerste lid niet wordt uitgekeerd aan de onteigende partij, wordt deze in mindering gebracht op de kosten, bedoeld in artikel 90, derde lid, van de wet, die de gezamenlijke eigenaren in het blok, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet, dragen.
3. Het besluit, bedoeld in het eerste lid, maakt deel uit van de lijst der geldelijke regelingen, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet.