BWBR0020764
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 7:9
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Onverminderd het bepaalde in het derde lid, kan een financiële onderneming voor de toepassing van deze afdeling de waarde van de positie met maximaal 50% van de waarde van het niet-zakelijk onroerend goed in kwestie verlagen, indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
a. de positie is gegarandeerd door een hypotheek op niet-zakelijk onroerend goed of door aandelen in Finse bedrijven voor de bouw van woningen, die werkzaam zijn in overeenstemming met de Finse wet op de woningbouwverenigingen van 1991 of latere, gelijkwaardige wetgeving; of
b. de positie houdt verband met een transactie inzake financieringshuur (leasing) krachtens welke de verhuurder (lessor) de volledige eigendom van het verhuurde niet-zakelijk onroerend goed behoudt zolang de huurder (lessee) zijn koopoptie niet heeft uitgeoefend.
2. Onverminderd het bepaalde in het derde lid, kan een financiële onderneming voor de toepassing van deze afdeling de waarde van de positie alleen met maximaal 50% van de waarde van het zakelijk onroerend goed in kwestie verlagen, indien de betrokken bevoegde autoriteiten in de lidstaat waar het zakelijk onroerend goed gelegen is, toestaan dat de volgende posities ingevolge hoofdstuk 2 van deze regeling een risicogewicht van 50% krijgen:
a. de posities zijn gegarandeerd door een hypotheek op kantoren of andere panden voor handelsdoeleinden of door aandelen in Finse bedrijven voor de bouw van woningen, die werkzaam zijn in overeenstemming met de Finse wet op de woningbouwverenigingen van 1991 of latere, gelijkwaardige wetgeving die betrekking heeft op kantoren of andere panden voor handelsdoeleinden; of
b. de posities houden verband met transacties inzake financieringshuur (leasing) van kantoren of andere panden voor handelsdoeleinden.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder niet-zakelijk onroerend goed verstaan: een woning die wordt of zal worden bewoond of verhuurd door de leningnemer. Bij de toepassing van het eerste en tweede lid wordt de waarde van het onroerend goed ten genoege van DNB dan wel de ter zake bevoegde autoriteiten berekend op basis van voorzichtige waarderingsnormen. In het geval van particuliere woningen vindt de waardering ten minste eenmaal per drie jaar plaats. Zakelijk onroerend goed is volledig afgebouwd, geleast en levert voldoende huurinkomsten op. Voor de toepassing van dit artikel gelden voorts de vereisten van de paragrafen 4.5.2 en 4.5.5.
a. de positie is gegarandeerd door een hypotheek op niet-zakelijk onroerend goed of door aandelen in Finse bedrijven voor de bouw van woningen, die werkzaam zijn in overeenstemming met de Finse wet op de woningbouwverenigingen van 1991 of latere, gelijkwaardige wetgeving; of
b. de positie houdt verband met een transactie inzake financieringshuur (leasing) krachtens welke de verhuurder (lessor) de volledige eigendom van het verhuurde niet-zakelijk onroerend goed behoudt zolang de huurder (lessee) zijn koopoptie niet heeft uitgeoefend.
2. Onverminderd het bepaalde in het derde lid, kan een financiële onderneming voor de toepassing van deze afdeling de waarde van de positie alleen met maximaal 50% van de waarde van het zakelijk onroerend goed in kwestie verlagen, indien de betrokken bevoegde autoriteiten in de lidstaat waar het zakelijk onroerend goed gelegen is, toestaan dat de volgende posities ingevolge hoofdstuk 2 van deze regeling een risicogewicht van 50% krijgen:
a. de posities zijn gegarandeerd door een hypotheek op kantoren of andere panden voor handelsdoeleinden of door aandelen in Finse bedrijven voor de bouw van woningen, die werkzaam zijn in overeenstemming met de Finse wet op de woningbouwverenigingen van 1991 of latere, gelijkwaardige wetgeving die betrekking heeft op kantoren of andere panden voor handelsdoeleinden; of
b. de posities houden verband met transacties inzake financieringshuur (leasing) van kantoren of andere panden voor handelsdoeleinden.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder niet-zakelijk onroerend goed verstaan: een woning die wordt of zal worden bewoond of verhuurd door de leningnemer. Bij de toepassing van het eerste en tweede lid wordt de waarde van het onroerend goed ten genoege van DNB dan wel de ter zake bevoegde autoriteiten berekend op basis van voorzichtige waarderingsnormen. In het geval van particuliere woningen vindt de waardering ten minste eenmaal per drie jaar plaats. Zakelijk onroerend goed is volledig afgebouwd, geleast en levert voldoende huurinkomsten op. Voor de toepassing van dit artikel gelden voorts de vereisten van de paragrafen 4.5.2 en 4.5.5.
- Citeren als
- Art. 7:9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl