BWBR0020764
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 7:5
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Een financiële onderneming rapporteert alle grote posities aan DNB, daaronder mede begrepen de op grond van artikel 7:8 van de toepassing van artikel 102, eerste en tweede lid, van het Besluit uitgezonderde grote posities, alsmede alle overige significante risicoconcentraties die zij inneemt.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid rapporteert een financiële onderneming in ieder geval de tien grootste posities aan DNB. Die rapportage bevat met betrekking tot elk van de gerapporteerde grootste posities ten minste de volgende gegevens:
a) de identiteit van de cliënt of groep van verbonden cliënten jegens wie de financiële onderneming een grote positie heeft;
b) in voorkomend geval de waarde van de positie zonder het in aanmerking nemen van het effect van de kredietrisicolimitering;
c) in voorkomend geval het soort kredietprotectie, al dan niet volgestort; en
d) de voor de toepassing van artikel 102, eerste en tweede lid, van het Besluit berekende waarde van de positie, rekening houdend met het effect van de risicolimitering.
3. In het geval een financiële onderneming onderworpen is aan hoofdstuk 3, rapporteert zij tevens aan DNB haar twintig grootste posities op geconsolideerde basis, met uitsluiting van de posities die op grond van artikel 7:8 zijn uitgezonderd van de toepassing van artikel 102, eerste en tweede lid, van het Besluit.
4. Als overige significante risicoconcentraties, bedoeld in het eerste lid, worden aangemerkt:
a. in het geval van posities die rechtstreeks voortvloeien uit de uitoefening van een of meer van de werkzaamheden, bedoeld in bijlage I van de herziene richtlijn banken: 3% van het toetsingsvermogen met een ondergrens van € 4.538.000, dan wel 30% van het toetsingsvermogen, indien dit lager is; of
b. in het geval van posities anders dan bedoeld in onderdeel a: 1% van het toetsingsvermogen met een ondergrens van € 1.361.000.
5. Een financiële onderneming analyseert haar vorderingen op uitgevers van zekerheden, verschaffers van niet-volgestorte kredietprotectie en onderliggende activa overeenkomstig artikel 7:3, vijfde lid, op eventuele concentraties, grijpt zonodig in en geeft bevindingen van betekenis door aan DNB.
6. Een financiële onderneming heeft goede administratieve en boekhoudkundige procedures en adequate interne controleprocedures voor het vaststellen en vastleggen van alle grote posities en daarin optredende wijzigingen op basis van deze regeling alsmede voor het toezicht op deze posities aan het terzake gevoerde beleid van de instelling.
7. De financiële onderneming bewaart de gegevens omtrent de beweegredenen die aan haar analyses ten grondslag hebben gelegen gedurende een jaar teneinde DNB in voorkomend geval in staat te stellen de rechtmatigheid van deze analyses te verifiëren. De periode van één (1) jaar wordt gerekend vanaf ultimo het kwartaal waarin de rapportage voor het eerst achterwege is gelaten.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid rapporteert een financiële onderneming in ieder geval de tien grootste posities aan DNB. Die rapportage bevat met betrekking tot elk van de gerapporteerde grootste posities ten minste de volgende gegevens:
a) de identiteit van de cliënt of groep van verbonden cliënten jegens wie de financiële onderneming een grote positie heeft;
b) in voorkomend geval de waarde van de positie zonder het in aanmerking nemen van het effect van de kredietrisicolimitering;
c) in voorkomend geval het soort kredietprotectie, al dan niet volgestort; en
d) de voor de toepassing van artikel 102, eerste en tweede lid, van het Besluit berekende waarde van de positie, rekening houdend met het effect van de risicolimitering.
3. In het geval een financiële onderneming onderworpen is aan hoofdstuk 3, rapporteert zij tevens aan DNB haar twintig grootste posities op geconsolideerde basis, met uitsluiting van de posities die op grond van artikel 7:8 zijn uitgezonderd van de toepassing van artikel 102, eerste en tweede lid, van het Besluit.
4. Als overige significante risicoconcentraties, bedoeld in het eerste lid, worden aangemerkt:
a. in het geval van posities die rechtstreeks voortvloeien uit de uitoefening van een of meer van de werkzaamheden, bedoeld in bijlage I van de herziene richtlijn banken: 3% van het toetsingsvermogen met een ondergrens van € 4.538.000, dan wel 30% van het toetsingsvermogen, indien dit lager is; of
b. in het geval van posities anders dan bedoeld in onderdeel a: 1% van het toetsingsvermogen met een ondergrens van € 1.361.000.
5. Een financiële onderneming analyseert haar vorderingen op uitgevers van zekerheden, verschaffers van niet-volgestorte kredietprotectie en onderliggende activa overeenkomstig artikel 7:3, vijfde lid, op eventuele concentraties, grijpt zonodig in en geeft bevindingen van betekenis door aan DNB.
6. Een financiële onderneming heeft goede administratieve en boekhoudkundige procedures en adequate interne controleprocedures voor het vaststellen en vastleggen van alle grote posities en daarin optredende wijzigingen op basis van deze regeling alsmede voor het toezicht op deze posities aan het terzake gevoerde beleid van de instelling.
7. De financiële onderneming bewaart de gegevens omtrent de beweegredenen die aan haar analyses ten grondslag hebben gelegen gedurende een jaar teneinde DNB in voorkomend geval in staat te stellen de rechtmatigheid van deze analyses te verifiëren. De periode van één (1) jaar wordt gerekend vanaf ultimo het kwartaal waarin de rapportage voor het eerst achterwege is gelaten.
- Citeren als
- Art. 7:5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl