BWBR0020764
Geldig vanaf 31-12-2011
Artikel 7:3
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. De totale waarde van de positie met betrekking tot een individuele wederpartij of groep van verbonden wederpartijen in het kader van de handelsportefeuille, is gelijk aan de som van:
a. het verschil, indien positief, tussen de lange en korte posities van de financiële onderneming in alle door de betrokken wederpartij of groep van verbonden wederpartijen uitgegeven financiële instrumenten, waarbij de netto positie in elk onderscheiden instrument wordt berekend overeenkomstig paragraaf 3.2 van de Rsm 2011;
b. in het geval van overneming van emissies van schuldinstrumenten: de positie berekend overeenkomstig paragraaf 3.5 van de Rsm 2011; en
c. in het geval van niet-afgewikkelde posities en posities die onderworpen zijn aan tegenpartijrisico: de positie berekend overeenkomstig paragraaf 3.8 van de Rsm 2011.
2. De totale waarde van de positie met betrekking tot een individuele wederpartij of groep van verbonden wederpartijen is gelijk aan de som van:
a. de totale waarde van de positie met betrekking tot die wederpartij of groep van verbonden wederpartijen in het kader van de handelsportefeuille, bedoeld in het eerste lid; en
b. de totale waarde van de positie met betrekking tot die wederpartij of groep van verbonden wederpartijen in de niet-handelsportefeuille, berekend overeenkomstig deze regeling.
3. Voor de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde berekening van de posities wordt voor rapportagedoeleinden geen rekening gehouden met kredietrisicovermindering, tenzij het retrocessieovereenkomsten, omgekeerde retrocessieovereenkomsten of verstrekte of opgenomen effecten- of grondstoffenleningen betreft.
4. Voor de berekening van de totale waarde van de positie met betrekking tot een individuele wederpartij of groep van verbonden wederpartijen beoordeelt een financiële onderneming voor de bepaling of met betrekking tot de vorderingen als bedoeld in de paragrafen 2.2.15 tot en met 2.2.17 sprake is van een groep van verbonden cliënten, bij posities in onderliggende activa de constructie als zodanig of de onderliggende posities ervan, dan wel beide. Daartoe beoordeelt de financiële onderneming de economische kenmerken en de risico’s die verbonden zijn aan de structuur van de transactie.
a. het verschil, indien positief, tussen de lange en korte posities van de financiële onderneming in alle door de betrokken wederpartij of groep van verbonden wederpartijen uitgegeven financiële instrumenten, waarbij de netto positie in elk onderscheiden instrument wordt berekend overeenkomstig paragraaf 3.2 van de Rsm 2011;
b. in het geval van overneming van emissies van schuldinstrumenten: de positie berekend overeenkomstig paragraaf 3.5 van de Rsm 2011; en
c. in het geval van niet-afgewikkelde posities en posities die onderworpen zijn aan tegenpartijrisico: de positie berekend overeenkomstig paragraaf 3.8 van de Rsm 2011.
2. De totale waarde van de positie met betrekking tot een individuele wederpartij of groep van verbonden wederpartijen is gelijk aan de som van:
a. de totale waarde van de positie met betrekking tot die wederpartij of groep van verbonden wederpartijen in het kader van de handelsportefeuille, bedoeld in het eerste lid; en
b. de totale waarde van de positie met betrekking tot die wederpartij of groep van verbonden wederpartijen in de niet-handelsportefeuille, berekend overeenkomstig deze regeling.
3. Voor de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde berekening van de posities wordt voor rapportagedoeleinden geen rekening gehouden met kredietrisicovermindering, tenzij het retrocessieovereenkomsten, omgekeerde retrocessieovereenkomsten of verstrekte of opgenomen effecten- of grondstoffenleningen betreft.
4. Voor de berekening van de totale waarde van de positie met betrekking tot een individuele wederpartij of groep van verbonden wederpartijen beoordeelt een financiële onderneming voor de bepaling of met betrekking tot de vorderingen als bedoeld in de paragrafen 2.2.15 tot en met 2.2.17 sprake is van een groep van verbonden cliënten, bij posities in onderliggende activa de constructie als zodanig of de onderliggende posities ervan, dan wel beide. Daartoe beoordeelt de financiële onderneming de economische kenmerken en de risico’s die verbonden zijn aan de structuur van de transactie.
- Citeren als
- Art. 7:3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl