BWBR0020764
Geldig vanaf 31-12-2011
Artikel 7:6
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Een financiële onderneming neemt te allen tijde de limieten van artikel 102, eerste en tweede lid, van het Besluit in acht. Mits de onverwijlde kennisgeving, bedoeld in artikel 102, vierde lid, eerste volzin, van het Besluit, is gedaan, kan DNB aan een financiële onderneming in uitzonderlijke gevallen toestemming verlenen om de in artikel 102, eerste en tweede lid, van het Besluit bedoelde limieten te overschrijden, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. de overschrijding doet zich integraal voor binnen de handelsportefeuille;
b. de financiële onderneming voldoet ten aanzien van deze overschrijdingen aan de aanvullende solvabiliteitsvereisten bedoeld in paragraaf 3.11 van de Rsm 2011;
c. de waarde van de positie met betrekking tot de desbetreffende wederpartij of groep van verbonden wederpartijen binnen de handelsportefeuille bedraagt niet meer dan 250% van het toetsingsvermogen van de financiële onderneming, in het geval niet meer dan tien dagen zijn verstreken sedert het ontstaan van de overschrijding;
d. de totale waarde van de overschrijdingen die langer dan tien dagen duren, bedraagt niet meer dan 300% van het toetsingsvermogen van de financiële onderneming; en
e. de waarde van de positie, bedoeld onder c, is binnen één (1) maand, gerekend vanaf het moment van overschrijding, teruggebracht tot onder de limieten, bedoeld in artikel 102, eerste of tweede lid, van het Besluit.
2. Van de in het eerste lid bedoelde mogelijkheid kan uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien de financiële onderneming ultimo ieder kwartaal aan DNB alle gevallen meldt waarin de limiet van artikel 102, eerste lid, van het Besluit in het aan die melding voorafgaande kwartaal is overschreden.
3. In elk geval waarin een limiet is overschreden, wordt afzonderlijk opgave gedaan van de hoogte van de overschrijding en van de naam van de betrokken wederpartij onderscheidenlijk de namen van de groep van verbonden wederpartijen.
a. de overschrijding doet zich integraal voor binnen de handelsportefeuille;
b. de financiële onderneming voldoet ten aanzien van deze overschrijdingen aan de aanvullende solvabiliteitsvereisten bedoeld in paragraaf 3.11 van de Rsm 2011;
c. de waarde van de positie met betrekking tot de desbetreffende wederpartij of groep van verbonden wederpartijen binnen de handelsportefeuille bedraagt niet meer dan 250% van het toetsingsvermogen van de financiële onderneming, in het geval niet meer dan tien dagen zijn verstreken sedert het ontstaan van de overschrijding;
d. de totale waarde van de overschrijdingen die langer dan tien dagen duren, bedraagt niet meer dan 300% van het toetsingsvermogen van de financiële onderneming; en
e. de waarde van de positie, bedoeld onder c, is binnen één (1) maand, gerekend vanaf het moment van overschrijding, teruggebracht tot onder de limieten, bedoeld in artikel 102, eerste of tweede lid, van het Besluit.
2. Van de in het eerste lid bedoelde mogelijkheid kan uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien de financiële onderneming ultimo ieder kwartaal aan DNB alle gevallen meldt waarin de limiet van artikel 102, eerste lid, van het Besluit in het aan die melding voorafgaande kwartaal is overschreden.
3. In elk geval waarin een limiet is overschreden, wordt afzonderlijk opgave gedaan van de hoogte van de overschrijding en van de naam van de betrokken wederpartij onderscheidenlijk de namen van de groep van verbonden wederpartijen.
- Citeren als
- Art. 7:6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl