BWBR0020560
Geldig vanaf 2006-11-25
Artikel 16
Regeling Groeifaciliteit
1. Deze regeling, met uitzondering van artikel 1, onderdeel e, treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.
2. Artikel 1, onderdeel e, treedt in werking op het tijdstip dat het bij koninklijke boodschap van 3 augustus 2004 ingediende voorstel van wet Regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop(TK 2003–2004, nr. 29708) nadat het tot wet is verheven, in werking treedt.
3. Tot het in het tweede lid bedoelde tijdstip wordt onder bank verstaan: een kredietinstelling die is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, en die geen kredietinstelling is die gelden ter beschikking krijgt in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven waarmee betalingen kunnen worden verricht ook aan anderen dan de instelling die het elektronisch geld uitgeeft.
2. Artikel 1, onderdeel e, treedt in werking op het tijdstip dat het bij koninklijke boodschap van 3 augustus 2004 ingediende voorstel van wet Regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop(TK 2003–2004, nr. 29708) nadat het tot wet is verheven, in werking treedt.
3. Tot het in het tweede lid bedoelde tijdstip wordt onder bank verstaan: een kredietinstelling die is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, en die geen kredietinstelling is die gelden ter beschikking krijgt in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven waarmee betalingen kunnen worden verricht ook aan anderen dan de instelling die het elektronisch geld uitgeeft.