BWBR0020560
Geldig vanaf 2006-11-25
Artikel 1
Regeling Groeifaciliteit
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Minister: de Minister van Economische Zaken;
b. kapitaalvennootschap: 1°. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of
2°. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 68/151/EEG van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden te beschermen;
1°. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of
2°. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 68/151/EEG van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden te beschermen;
c. MKB-ondernemer: een natuurlijke of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt 1°. die ten tijde van de verstrekking van risicokapitaal op grond van deze regeling voldoet aan de definitie van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10), die gevestigd is in Nederland en wier activiteiten voor een substantieel deel in Nederland worden uitgevoerd;
2°. wier activiteiten niet in overwegende mate betrekking hebben op: – landbouw, visserij en aquacultuur, met uitzondering van toelevering en dienstverlening;
– onroerend goed, met uitzondering van bemiddeling;
– de financiële sector voor zover de MKB-ondernemer het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent, of een participatiemaatschappij heeft;
– de gezondheidszorg, voor zover de onderneming een aanbieder is als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg;
– landbouw, visserij en aquacultuur, met uitzondering van toelevering en dienstverlening;
– onroerend goed, met uitzondering van bemiddeling;
– de financiële sector voor zover de MKB-ondernemer het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent, of een participatiemaatschappij heeft;
– de gezondheidszorg, voor zover de onderneming een aanbieder is als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg;
1°. die ten tijde van de verstrekking van risicokapitaal op grond van deze regeling voldoet aan de definitie van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10), die gevestigd is in Nederland en wier activiteiten voor een substantieel deel in Nederland worden uitgevoerd;
2°. wier activiteiten niet in overwegende mate betrekking hebben op: – landbouw, visserij en aquacultuur, met uitzondering van toelevering en dienstverlening;
– onroerend goed, met uitzondering van bemiddeling;
– de financiële sector voor zover de MKB-ondernemer het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent, of een participatiemaatschappij heeft;
– de gezondheidszorg, voor zover de onderneming een aanbieder is als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg;
– landbouw, visserij en aquacultuur, met uitzondering van toelevering en dienstverlening;
– onroerend goed, met uitzondering van bemiddeling;
– de financiële sector voor zover de MKB-ondernemer het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent, of een participatiemaatschappij heeft;
– de gezondheidszorg, voor zover de onderneming een aanbieder is als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg;
d. participatiemaatschappij: een vennootschap 1°. in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen die is ingericht naar Nederlands recht of naar het recht van één van de andere lidstaten van de Europese Unie;
2°. die blijkens de akte waarbij haar statuten zijn vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan tot doel heeft of mede tot doel heeft het verstrekken van risicokapitaal aan MKB-ondernemers teneinde winst te behalen, met uitzondering van startersfondsen als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Regeling seed capital technostarters;
1°. in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen die is ingericht naar Nederlands recht of naar het recht van één van de andere lidstaten van de Europese Unie;
2°. die blijkens de akte waarbij haar statuten zijn vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan tot doel heeft of mede tot doel heeft het verstrekken van risicokapitaal aan MKB-ondernemers teneinde winst te behalen, met uitzondering van startersfondsen als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Regeling seed capital technostarters;
e. bank: een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen;
f. kapitaalverschaffer: een participatiemaatschappij of een bank;
g. achtergestelde lening: 1°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer met het oog op de financiering door deze ondernemer van eigen activiteiten, – welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een borgstelling die een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer op persoonlijke titel heeft gegeven,
– en waarop de MKB-ondernemer krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling, een akkoord in faillissement of een akkoord na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de achtergestelde lening is verstrekt, eerst verplicht is de niet vervallen aflossingen te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van schulden ingevolge vorderingen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling zijn verbonden en ingevolge geldleningen die zijn verstrekt door aandeelhouders in de onderneming van de MKB-ondernemer,
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de vorenbedoelde akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; of
– welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een borgstelling die een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer op persoonlijke titel heeft gegeven,
– en waarop de MKB-ondernemer krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling, een akkoord in faillissement of een akkoord na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de achtergestelde lening is verstrekt, eerst verplicht is de niet vervallen aflossingen te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van schulden ingevolge vorderingen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling zijn verbonden en ingevolge geldleningen die zijn verstrekt door aandeelhouders in de onderneming van de MKB-ondernemer,
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de vorenbedoelde akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; of
2°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer die een rechtspersoon is wiens activa slechts bestaan uit deelnemingen in of vorderingen op een dochtermaatschappij in de zin van artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met het oog op de financiering door deze ondernemer van activiteiten van deze dochtermaatschappij, – welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een persoonlijke borgstelling van een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer en van een pandrecht gevestigd op aandelen in de dochtermaatschappij
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen;
– welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een persoonlijke borgstelling van een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer en van een pandrecht gevestigd op aandelen in de dochtermaatschappij
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen;
1°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer met het oog op de financiering door deze ondernemer van eigen activiteiten, – welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een borgstelling die een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer op persoonlijke titel heeft gegeven,
– en waarop de MKB-ondernemer krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling, een akkoord in faillissement of een akkoord na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de achtergestelde lening is verstrekt, eerst verplicht is de niet vervallen aflossingen te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van schulden ingevolge vorderingen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling zijn verbonden en ingevolge geldleningen die zijn verstrekt door aandeelhouders in de onderneming van de MKB-ondernemer,
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de vorenbedoelde akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; of
– welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een borgstelling die een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer op persoonlijke titel heeft gegeven,
– en waarop de MKB-ondernemer krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling, een akkoord in faillissement of een akkoord na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de achtergestelde lening is verstrekt, eerst verplicht is de niet vervallen aflossingen te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van schulden ingevolge vorderingen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling zijn verbonden en ingevolge geldleningen die zijn verstrekt door aandeelhouders in de onderneming van de MKB-ondernemer,
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de vorenbedoelde akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; of
2°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer die een rechtspersoon is wiens activa slechts bestaan uit deelnemingen in of vorderingen op een dochtermaatschappij in de zin van artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met het oog op de financiering door deze ondernemer van activiteiten van deze dochtermaatschappij, – welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een persoonlijke borgstelling van een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer en van een pandrecht gevestigd op aandelen in de dochtermaatschappij
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen;
– welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een persoonlijke borgstelling van een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer en van een pandrecht gevestigd op aandelen in de dochtermaatschappij
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen;
h. waarde van een achtergestelde lening: het nog niet afgeloste deel van de lening;
i. aandelenkapitaal: aandelen in het kapitaal van een onderneming van de MKB-ondernemer, die de kapitaalverschaffer rechtstreeks van de MKB-ondernemer heeft verkregen tegen volstorting van die aandelen in geld, of door omzetting van een achtergestelde lening;
j. waarde van aandelenkapitaal: het bedrag in geld dat de kapitaalverschaffer bij de volstorting van de aandelen heeft betaald dan wel, in geval van omzetting van een achtergestelde lening, of een deel daarvan, in aandelenkapitaal, de waarde van de uitstaande lening voor zover die is omgezet in aandelen, vermeerderd onderscheidenlijk verminderd met het bedrag in geld dat wegens de omzetting is bijbetaald door, onderscheidenlijk terugbetaald aan de kapitaalverschaffer;
k. risicokapitaal: kapitaal in de vorm van aandelenkapitaal of een achtergestelde lening;
l. reserveringsquotum: het bedrag dat de Minister op aanvraag van een kapitaalverschaffer vaststelt als maximum voor de som van de garanties voor verstrekkingen van risicokapitaal die gedurende twee jaar vanaf de datum van de vaststellingsbeschikking aan de kapitaalverschaffer kunnen worden verschaft;
m. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden: 1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van, of
– overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
– meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van, of
– overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.
1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van, of
– overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
– meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van, of
– overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.
a. Minister: de Minister van Economische Zaken;
b. kapitaalvennootschap: 1°. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of
2°. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 68/151/EEG van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden te beschermen;
1°. een vennootschap als bedoeld in artikel 1 van de Eerste Richtlijn 68/151/EEG van de Raad van 9 maart 1968 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de Lid-Staten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 58 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB EG L 65), of
2°. een kapitaalvennootschap die is ingericht naar het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, die rechtspersoonlijkheid bezit, een apart vermogen heeft dat bij uitsluiting voor de schulden van de vennootschap kan worden aangesproken en op grond van haar nationale wetgeving onderworpen is aan garantievoorwaarden zoals bedoeld in Richtlijn 68/151/EEG van de Raad om de belangen van zowel deelgerechtigden als derden te beschermen;
c. MKB-ondernemer: een natuurlijke of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt 1°. die ten tijde van de verstrekking van risicokapitaal op grond van deze regeling voldoet aan de definitie van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10), die gevestigd is in Nederland en wier activiteiten voor een substantieel deel in Nederland worden uitgevoerd;
2°. wier activiteiten niet in overwegende mate betrekking hebben op: – landbouw, visserij en aquacultuur, met uitzondering van toelevering en dienstverlening;
– onroerend goed, met uitzondering van bemiddeling;
– de financiële sector voor zover de MKB-ondernemer het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent, of een participatiemaatschappij heeft;
– de gezondheidszorg, voor zover de onderneming een aanbieder is als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg;
– landbouw, visserij en aquacultuur, met uitzondering van toelevering en dienstverlening;
– onroerend goed, met uitzondering van bemiddeling;
– de financiële sector voor zover de MKB-ondernemer het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent, of een participatiemaatschappij heeft;
– de gezondheidszorg, voor zover de onderneming een aanbieder is als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg;
1°. die ten tijde van de verstrekking van risicokapitaal op grond van deze regeling voldoet aan de definitie van middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10), die gevestigd is in Nederland en wier activiteiten voor een substantieel deel in Nederland worden uitgevoerd;
2°. wier activiteiten niet in overwegende mate betrekking hebben op: – landbouw, visserij en aquacultuur, met uitzondering van toelevering en dienstverlening;
– onroerend goed, met uitzondering van bemiddeling;
– de financiële sector voor zover de MKB-ondernemer het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent, of een participatiemaatschappij heeft;
– de gezondheidszorg, voor zover de onderneming een aanbieder is als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg;
– landbouw, visserij en aquacultuur, met uitzondering van toelevering en dienstverlening;
– onroerend goed, met uitzondering van bemiddeling;
– de financiële sector voor zover de MKB-ondernemer het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent, of een participatiemaatschappij heeft;
– de gezondheidszorg, voor zover de onderneming een aanbieder is als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet marktordening gezondheidszorg;
d. participatiemaatschappij: een vennootschap 1°. in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen die is ingericht naar Nederlands recht of naar het recht van één van de andere lidstaten van de Europese Unie;
2°. die blijkens de akte waarbij haar statuten zijn vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan tot doel heeft of mede tot doel heeft het verstrekken van risicokapitaal aan MKB-ondernemers teneinde winst te behalen, met uitzondering van startersfondsen als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Regeling seed capital technostarters;
1°. in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met een afgescheiden vermogen die is ingericht naar Nederlands recht of naar het recht van één van de andere lidstaten van de Europese Unie;
2°. die blijkens de akte waarbij haar statuten zijn vastgesteld of blijkens de overeenkomst waarbij zij is aangegaan tot doel heeft of mede tot doel heeft het verstrekken van risicokapitaal aan MKB-ondernemers teneinde winst te behalen, met uitzondering van startersfondsen als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Regeling seed capital technostarters;
e. bank: een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen;
f. kapitaalverschaffer: een participatiemaatschappij of een bank;
g. achtergestelde lening: 1°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer met het oog op de financiering door deze ondernemer van eigen activiteiten, – welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een borgstelling die een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer op persoonlijke titel heeft gegeven,
– en waarop de MKB-ondernemer krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling, een akkoord in faillissement of een akkoord na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de achtergestelde lening is verstrekt, eerst verplicht is de niet vervallen aflossingen te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van schulden ingevolge vorderingen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling zijn verbonden en ingevolge geldleningen die zijn verstrekt door aandeelhouders in de onderneming van de MKB-ondernemer,
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de vorenbedoelde akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; of
– welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een borgstelling die een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer op persoonlijke titel heeft gegeven,
– en waarop de MKB-ondernemer krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling, een akkoord in faillissement of een akkoord na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de achtergestelde lening is verstrekt, eerst verplicht is de niet vervallen aflossingen te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van schulden ingevolge vorderingen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling zijn verbonden en ingevolge geldleningen die zijn verstrekt door aandeelhouders in de onderneming van de MKB-ondernemer,
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de vorenbedoelde akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; of
2°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer die een rechtspersoon is wiens activa slechts bestaan uit deelnemingen in of vorderingen op een dochtermaatschappij in de zin van artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met het oog op de financiering door deze ondernemer van activiteiten van deze dochtermaatschappij, – welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een persoonlijke borgstelling van een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer en van een pandrecht gevestigd op aandelen in de dochtermaatschappij
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen;
– welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een persoonlijke borgstelling van een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer en van een pandrecht gevestigd op aandelen in de dochtermaatschappij
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen;
1°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer met het oog op de financiering door deze ondernemer van eigen activiteiten, – welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een borgstelling die een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer op persoonlijke titel heeft gegeven,
– en waarop de MKB-ondernemer krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling, een akkoord in faillissement of een akkoord na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de achtergestelde lening is verstrekt, eerst verplicht is de niet vervallen aflossingen te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van schulden ingevolge vorderingen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling zijn verbonden en ingevolge geldleningen die zijn verstrekt door aandeelhouders in de onderneming van de MKB-ondernemer,
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de vorenbedoelde akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; of
– welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een borgstelling die een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer op persoonlijke titel heeft gegeven,
– en waarop de MKB-ondernemer krachtens een daartoe strekkende bepaling in de akte van geldlening in geval van ontbinding, een akkoord na verlening van surséance van betaling, een akkoord in faillissement of een akkoord na het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen met betrekking tot de MKB-ondernemer waaraan de achtergestelde lening is verstrekt, eerst verplicht is de niet vervallen aflossingen te betalen nadat alle andere op dat moment bestaande schulden van de debiteur zijn voldaan, met uitzondering van schulden ingevolge vorderingen waaraan een bepaling van gelijke aard als voornoemde bepaling zijn verbonden en ingevolge geldleningen die zijn verstrekt door aandeelhouders in de onderneming van de MKB-ondernemer,
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de vorenbedoelde akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen; of
2°. een lening van geld door een kapitaalverschaffer aan een MKB-ondernemer die een rechtspersoon is wiens activa slechts bestaan uit deelnemingen in of vorderingen op een dochtermaatschappij in de zin van artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met het oog op de financiering door deze ondernemer van activiteiten van deze dochtermaatschappij, – welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een persoonlijke borgstelling van een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer en van een pandrecht gevestigd op aandelen in de dochtermaatschappij
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen;
– welke lening niet door enige vorm van zekerheid is gedekt, met uitzondering van een persoonlijke borgstelling van een aandeelhouder in de onderneming van de MKB-ondernemer en van een pandrecht gevestigd op aandelen in de dochtermaatschappij
– en ten aanzien waarvan de kapitaalverschaffer in de akte van geldlening afstand heeft gedaan van alle rechten tot verrekening van de niet vervallen aflossingen;
h. waarde van een achtergestelde lening: het nog niet afgeloste deel van de lening;
i. aandelenkapitaal: aandelen in het kapitaal van een onderneming van de MKB-ondernemer, die de kapitaalverschaffer rechtstreeks van de MKB-ondernemer heeft verkregen tegen volstorting van die aandelen in geld, of door omzetting van een achtergestelde lening;
j. waarde van aandelenkapitaal: het bedrag in geld dat de kapitaalverschaffer bij de volstorting van de aandelen heeft betaald dan wel, in geval van omzetting van een achtergestelde lening, of een deel daarvan, in aandelenkapitaal, de waarde van de uitstaande lening voor zover die is omgezet in aandelen, vermeerderd onderscheidenlijk verminderd met het bedrag in geld dat wegens de omzetting is bijbetaald door, onderscheidenlijk terugbetaald aan de kapitaalverschaffer;
k. risicokapitaal: kapitaal in de vorm van aandelenkapitaal of een achtergestelde lening;
l. reserveringsquotum: het bedrag dat de Minister op aanvraag van een kapitaalverschaffer vaststelt als maximum voor de som van de garanties voor verstrekkingen van risicokapitaal die gedurende twee jaar vanaf de datum van de vaststellingsbeschikking aan de kapitaalverschaffer kunnen worden verschaft;
m. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden: 1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van, of
– overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
– meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van, of
– overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.
1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect: – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van, of
– overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
– meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van, of
– overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.