BWBR0020560
Geldig vanaf 2006-11-25
Artikel 13
Regeling Groeifaciliteit
1. Indien de aanvrager tekort is geschoten bij de naleving van verplichtingen op grond van de garantstellingsovereenkomst, kan de Minister het reserveringsquotum geheel of gedeeltelijk weigeren.
2. Indien de aanvragen die zijn ontvangen vóór 10 december 2006 tezamen betrekking hebben op een hoger bedrag dan het voor het jaar 2006 beschikbare bedrag, verdeelt de Minister het beschikbare bedrag tussen deze aanvragen naar rato van het gevraagde reserveringsquotum.
3. Bij Ministeriële regeling kan worden bepaald dat het tweede lid van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op aanvragen die zijn ontvangen in een periode in een ander kalenderjaar.
4. Indien geen verdeling overeenkomstig het tweede lid of het derde lid heeft plaatsgevonden, verdeelt de Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.
5. Indien bij toepassing van het vierde lid op een dag twee of meer aanvragen zijn ontvangen en toewijzing van al deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, stelt de Minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
2. Indien de aanvragen die zijn ontvangen vóór 10 december 2006 tezamen betrekking hebben op een hoger bedrag dan het voor het jaar 2006 beschikbare bedrag, verdeelt de Minister het beschikbare bedrag tussen deze aanvragen naar rato van het gevraagde reserveringsquotum.
3. Bij Ministeriële regeling kan worden bepaald dat het tweede lid van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op aanvragen die zijn ontvangen in een periode in een ander kalenderjaar.
4. Indien geen verdeling overeenkomstig het tweede lid of het derde lid heeft plaatsgevonden, verdeelt de Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.
5. Indien bij toepassing van het vierde lid op een dag twee of meer aanvragen zijn ontvangen en toewijzing van al deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, stelt de Minister de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.