BWBR0020560
Geldig vanaf 2006-11-25
Artikel 10
Regeling Groeifaciliteit
1. De Minister kan omtrent de aanvragen het advies inwinnen van de Adviescommissie groeifaciliteit.
2. De Minister beslist afwijzend op een aanvraag indien hij, daarbij geadviseerd door de commissie, van oordeel is dat:
a. de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;
b. het goed functioneren van de kapitaalverschaffer onvoldoende is gewaarborgd voor wat betreft i. de deskundigheid van degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal;
ii. de betrouwbaarheid van degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal en met de bepaling van en het toezicht op het beleid ter zake;
iii. een integere bedrijfsuitoefening;
iv. zijn financiële draagkracht en stabiliteit.
i. de deskundigheid van degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal;
ii. de betrouwbaarheid van degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal en met de bepaling van en het toezicht op het beleid ter zake;
iii. een integere bedrijfsuitoefening;
iv. zijn financiële draagkracht en stabiliteit.
3. Bij de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, wordt rekening gehouden met de omstandigheid of de aanvraag alleen betrekking heeft op niet converteerbare achtergestelde leningen of ook op andere vormen van risicokapitaal.
2. De Minister beslist afwijzend op een aanvraag indien hij, daarbij geadviseerd door de commissie, van oordeel is dat:
a. de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;
b. het goed functioneren van de kapitaalverschaffer onvoldoende is gewaarborgd voor wat betreft i. de deskundigheid van degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal;
ii. de betrouwbaarheid van degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal en met de bepaling van en het toezicht op het beleid ter zake;
iii. een integere bedrijfsuitoefening;
iv. zijn financiële draagkracht en stabiliteit.
i. de deskundigheid van degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal;
ii. de betrouwbaarheid van degenen die zijn belast met het verstrekken, beheren en vervreemden van risicokapitaal en met de bepaling van en het toezicht op het beleid ter zake;
iii. een integere bedrijfsuitoefening;
iv. zijn financiële draagkracht en stabiliteit.
3. Bij de toepassing van het tweede lid, onderdeel b, wordt rekening gehouden met de omstandigheid of de aanvraag alleen betrekking heeft op niet converteerbare achtergestelde leningen of ook op andere vormen van risicokapitaal.