BWBR0019785
Geldig vanaf 2006-04-30
Artikel 6
Subsidieregeling VSV en BBL voor onderwijsinstellingen 2006
1. Projecten starten met ingang van 1 augustus 2006.
2. Een project bestrijding voortijdig schoolverlaten is gericht op deelnemers:
a. die de leeftijd van 23 jaren nog niet hebben bereikt,
b. voor wie naar het oordeel van de instelling een verhoogd risico van voortijdig schoolverlaten bestaat indien voor hen geen extra activiteiten worden ondernomen,
c. die aan een instelling zijn ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onder a of b, van de WEB in de beroepsopleidende leerweg,
d. die niet in het bezit zijn van een diploma op ten minste het niveau van een startkwalificatie,
e. die door de instelling zijn geregistreerd als deelnemer aan het project voortijdig schoolverlaten en aangemeld bij een contactgemeente als bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid, van de WEB.
3. Een project versterking beroepsbegeleidende leerweg is gericht op deelnemers die:
a. naar het oordeel van de aanvrager extra ondersteuningsactiviteiten nodig hebben om aan de beroepsbegeleidende leerweg te kunnen deelnemen,
b. aan een instelling zijn ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onder a of b, van de WEB in de beroepsbegeleidende leerweg,
c. niet in het bezit zijn van tenminste een startkwalificatie, en
d. door de instelling zijn geregistreerd als deelnemer aan het project versterking beroepsbegeleidende leerweg.
4. Een project versterking beroepsbegeleidende leerweg kan uitsluitend worden uitgevoerd door een instelling en een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven gezamenlijk.
5. Een project heeft een looptijd van ten hoogste 1 jaar. De minister kan, in afwijking van de vorige volzin, een langere looptijd van een project vaststellen.
6. De projectorganisatie is zo ingericht dat aannemelijk is dat met de uit te voeren activiteiten het beoogde doel van het project haalbaar is.
7. De kosten van het project staan in een redelijke verhouding tot de daarvan te verwachten resultaten.
8. Geen subsidie wordt verstrekt ten behoeve van deelnemers die woonachtig zijn in de provincie Flevoland respectievelijk aan instellingen die zijn gevestigd in de provincie Flevoland.
9. In bijlage 1bij deze regeling is een limitatieve opsomming gegeven van de thema’s waaraan de subsidie kan worden besteed.
2. Een project bestrijding voortijdig schoolverlaten is gericht op deelnemers:
a. die de leeftijd van 23 jaren nog niet hebben bereikt,
b. voor wie naar het oordeel van de instelling een verhoogd risico van voortijdig schoolverlaten bestaat indien voor hen geen extra activiteiten worden ondernomen,
c. die aan een instelling zijn ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onder a of b, van de WEB in de beroepsopleidende leerweg,
d. die niet in het bezit zijn van een diploma op ten minste het niveau van een startkwalificatie,
e. die door de instelling zijn geregistreerd als deelnemer aan het project voortijdig schoolverlaten en aangemeld bij een contactgemeente als bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid, van de WEB.
3. Een project versterking beroepsbegeleidende leerweg is gericht op deelnemers die:
a. naar het oordeel van de aanvrager extra ondersteuningsactiviteiten nodig hebben om aan de beroepsbegeleidende leerweg te kunnen deelnemen,
b. aan een instelling zijn ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onder a of b, van de WEB in de beroepsbegeleidende leerweg,
c. niet in het bezit zijn van tenminste een startkwalificatie, en
d. door de instelling zijn geregistreerd als deelnemer aan het project versterking beroepsbegeleidende leerweg.
4. Een project versterking beroepsbegeleidende leerweg kan uitsluitend worden uitgevoerd door een instelling en een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven gezamenlijk.
5. Een project heeft een looptijd van ten hoogste 1 jaar. De minister kan, in afwijking van de vorige volzin, een langere looptijd van een project vaststellen.
6. De projectorganisatie is zo ingericht dat aannemelijk is dat met de uit te voeren activiteiten het beoogde doel van het project haalbaar is.
7. De kosten van het project staan in een redelijke verhouding tot de daarvan te verwachten resultaten.
8. Geen subsidie wordt verstrekt ten behoeve van deelnemers die woonachtig zijn in de provincie Flevoland respectievelijk aan instellingen die zijn gevestigd in de provincie Flevoland.
9. In bijlage 1bij deze regeling is een limitatieve opsomming gegeven van de thema’s waaraan de subsidie kan worden besteed.