BWBR0019785
Geldig vanaf 2006-04-30
Artikel 5
Subsidieregeling VSV en BBL voor onderwijsinstellingen 2006
1. De subsidie bedraagt, behoudens het tweede en derde lid, ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten, doch niet meer dan het in de beschikking tot subsidieverstrekking vermelde maximumbedrag.
2. Indien uit de deelnemersadministratie blijk dat het aantal geregistreerde deelnemers aan een project lager is dan het in de subsidieaanvraag geschatte aantal deelnemers, wordt de subsidie naar rato verlaagd.
3. Indien ten aanzien van minder dan 60% van het bij de start van het project geregistreerde aantal deelnemers de beoogde prestaties van het project, als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, zijn gerealiseerd, wordt het bedrag, berekend op grond van het eerste lid, verlaagd met onderstaand percentage tenzij de subsidiabele kosten van het project met eenzelfde percentage zijn gedaald ten opzichte van de begrote kosten:
a. bij realisatie van de doelstelling ten aanzien van 50% of meer maar minder dan 60% van de deelnemers: met 10%;
b. bij realisatie van de doelstelling ten aanzien van 40% of meer maar minder dan 50% van de deelnemers: met 20%;
c. bij realisatie van de doelstelling ten aanzien van 30% of meer maar minder dan 40% van de deelnemers: met 30%;
d. bij realisatie van de doelstelling ten aanzien van 20% of meer maar minder dan 30% van de deelnemers: met 50%;
e. bij realisatie van de doelstelling ten aanzien van 10% of meer maar minder dan 20% van de deelnemers: met 70%;
f. bij realisatie van de doelstelling ten aanzien van minder dan 10% van de deelnemers: met 100%.
4. Indien door omstandigheden van macro-economische aard de beoogde prestaties van een project niet zijn gehaald, kan de minister besluiten om het derde lid geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te laten.
2. Indien uit de deelnemersadministratie blijk dat het aantal geregistreerde deelnemers aan een project lager is dan het in de subsidieaanvraag geschatte aantal deelnemers, wordt de subsidie naar rato verlaagd.
3. Indien ten aanzien van minder dan 60% van het bij de start van het project geregistreerde aantal deelnemers de beoogde prestaties van het project, als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, zijn gerealiseerd, wordt het bedrag, berekend op grond van het eerste lid, verlaagd met onderstaand percentage tenzij de subsidiabele kosten van het project met eenzelfde percentage zijn gedaald ten opzichte van de begrote kosten:
a. bij realisatie van de doelstelling ten aanzien van 50% of meer maar minder dan 60% van de deelnemers: met 10%;
b. bij realisatie van de doelstelling ten aanzien van 40% of meer maar minder dan 50% van de deelnemers: met 20%;
c. bij realisatie van de doelstelling ten aanzien van 30% of meer maar minder dan 40% van de deelnemers: met 30%;
d. bij realisatie van de doelstelling ten aanzien van 20% of meer maar minder dan 30% van de deelnemers: met 50%;
e. bij realisatie van de doelstelling ten aanzien van 10% of meer maar minder dan 20% van de deelnemers: met 70%;
f. bij realisatie van de doelstelling ten aanzien van minder dan 10% van de deelnemers: met 100%.
4. Indien door omstandigheden van macro-economische aard de beoogde prestaties van een project niet zijn gehaald, kan de minister besluiten om het derde lid geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te laten.