BWBR0019785
Geldig vanaf 2006-04-30
Artikel 13
Subsidieregeling VSV en BBL voor onderwijsinstellingen 2006
1. Een aanvrager dient uiterlijk 30 september 2007 een aanvraag tot subsidievaststelling in door overlegging van een eindrapportage die een beschrijving geeft van de realisatie van het project in relatie tot de projectbeschrijving, bedoeld in artikel 7, tweede lid. In de eindrapportage wordt tevens aangegeven welke extra activiteiten er in aanvulling op de reguliere opleiding hebben plaatsgevonden, waarbij tevens een relatie wordt gelegd tussen de gerealiseerde activiteiten en de gedeclareerde kosten.
2. De eindrapportage, waarvan de aanvraag tot subsidievaststelling deel uit maakt, wordt ingediend met gebruikmaking van het door de minister daarvoor ter beschikking gestelde formulier en is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig een van de in bijlage 3bij deze regeling bedoelde modellen.
3. De accountantsverklaring bevat een oordeel over de naleving van de subsidievoorwaarden door de subsidieontvanger.
4. De minister kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de accountantsverklaring.
5. De subsidieontvanger bedingt bij de accountant, dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig het controleprotocol, neergelegd in bijlage 4bij deze regeling.
6. De subsidievaststelling vindt uiterlijk 1 mei 2008 plaats.
7. Indien de aanvrager de aanvraag tot subsidievaststelling niet heeft ingediend op de datum, bedoeld in het eerste lid, stelt de minister voor een door hem te bepalen datum de aanvrager in de gelegenheid deze aanvraag alsnog in te dienen. Indien de minister de aanvraag, bedoeld in de vorige volzin, niet binnen de door hem gestelde termijn heeft ontvangen, stelt hij de subsidie vast op nihil.
2. De eindrapportage, waarvan de aanvraag tot subsidievaststelling deel uit maakt, wordt ingediend met gebruikmaking van het door de minister daarvoor ter beschikking gestelde formulier en is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig een van de in bijlage 3bij deze regeling bedoelde modellen.
3. De accountantsverklaring bevat een oordeel over de naleving van de subsidievoorwaarden door de subsidieontvanger.
4. De minister kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de accountantsverklaring.
5. De subsidieontvanger bedingt bij de accountant, dat deze zijn onderzoek inricht overeenkomstig het controleprotocol, neergelegd in bijlage 4bij deze regeling.
6. De subsidievaststelling vindt uiterlijk 1 mei 2008 plaats.
7. Indien de aanvrager de aanvraag tot subsidievaststelling niet heeft ingediend op de datum, bedoeld in het eerste lid, stelt de minister voor een door hem te bepalen datum de aanvrager in de gelegenheid deze aanvraag alsnog in te dienen. Indien de minister de aanvraag, bedoeld in de vorige volzin, niet binnen de door hem gestelde termijn heeft ontvangen, stelt hij de subsidie vast op nihil.