BWBR0019785
Geldig vanaf 2006-04-30
Artikel 3
Subsidieregeling VSV en BBL voor onderwijsinstellingen 2006
1. Subsidie op grond van deze regeling wordt verstrekt tot een bedrag van in totaal maximaal € 45 miljoen.
2. Voor toekenning van aanvullende middelen op grond van deze regeling is:
a. voor het onderwerp genoemd in artikel 2, onderdeel a, 80,5% van de middelen, bedoeld in het eerste lid, beschikbaar, en
b. voor het onderwerp genoemd in artikel 2, onderdeel b, 19,5% van de middelen, bedoeld in het eerste lid, beschikbaar.
3. Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onvoldoende is om alle aanvragen te honoreren, wordt het bedrag dat aan projecten wordt verstrekt per project naar evenredigheid verlaagd.
4. Een bedrag ten hoogste van € 5 miljoen is beschikbaar voor de uitvoering van deze regeling door de minister. Indien het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, niet volledig wordt toegewezen, wordt het resterende deel van dat bedrag toegevoegd aan het bedrag, bedoeld in het eerste lid.
2. Voor toekenning van aanvullende middelen op grond van deze regeling is:
a. voor het onderwerp genoemd in artikel 2, onderdeel a, 80,5% van de middelen, bedoeld in het eerste lid, beschikbaar, en
b. voor het onderwerp genoemd in artikel 2, onderdeel b, 19,5% van de middelen, bedoeld in het eerste lid, beschikbaar.
3. Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onvoldoende is om alle aanvragen te honoreren, wordt het bedrag dat aan projecten wordt verstrekt per project naar evenredigheid verlaagd.
4. Een bedrag ten hoogste van € 5 miljoen is beschikbaar voor de uitvoering van deze regeling door de minister. Indien het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, niet volledig wordt toegewezen, wordt het resterende deel van dat bedrag toegevoegd aan het bedrag, bedoeld in het eerste lid.