BWBR0019490
Geldig vanaf 2006-02-08
Artikel 6
Besluit minimumbedrag eigen vermogen pensioenfondsen
1. De meerwaarden, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, worden niet meegeteld dan nadat daarvoor toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer is verkregen.
2. Maximaal vijftig procent van de meerwaarden op grond van een positief resultaat wordt meegeteld tot een maximum van vijfentwintig procent van het totaal van het eigen vermogen of het minimumbedrag van het eigen vermogen, naargelang welk bedrag het laagst is.
3. Het positief resultaat wordt verkregen door het geschatte jaarresultaat te vermenigvuldigen met een factor die de gemiddelde resterende looptijd van de overeenkomsten vertegenwoordigt en ten hoogste zes bedraagt. Het geschatte positieve jaarresultaat bedraagt maximaal het gemiddelde van de positieve resultaten die de laatste vijf boekjaren zijn gemaakt op de werkzaamheden.
4. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan toestemming verlenen voor het meetellen van de meerwaarden op grond van een positief resultaat wanneer:
a. het pensioenfonds een actuarieel verslag overlegt waaruit blijkt dat de positieve resultaten in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid ook daadwerkelijk zullen worden gerealiseerd; en
b. niet reeds rekening is gehouden met de toekomstige positieve resultaten die voortvloeien uit de latente netto meerwaarden, bedoeld in het vijfde lid.
5. De latente netto meerwaarden die voortvloeien uit de waardering van de activa worden meegeteld voorzover deze netto reserves geen uitzonderlijk karakter hebben.
2. Maximaal vijftig procent van de meerwaarden op grond van een positief resultaat wordt meegeteld tot een maximum van vijfentwintig procent van het totaal van het eigen vermogen of het minimumbedrag van het eigen vermogen, naargelang welk bedrag het laagst is.
3. Het positief resultaat wordt verkregen door het geschatte jaarresultaat te vermenigvuldigen met een factor die de gemiddelde resterende looptijd van de overeenkomsten vertegenwoordigt en ten hoogste zes bedraagt. Het geschatte positieve jaarresultaat bedraagt maximaal het gemiddelde van de positieve resultaten die de laatste vijf boekjaren zijn gemaakt op de werkzaamheden.
4. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan toestemming verlenen voor het meetellen van de meerwaarden op grond van een positief resultaat wanneer:
a. het pensioenfonds een actuarieel verslag overlegt waaruit blijkt dat de positieve resultaten in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid ook daadwerkelijk zullen worden gerealiseerd; en
b. niet reeds rekening is gehouden met de toekomstige positieve resultaten die voortvloeien uit de latente netto meerwaarden, bedoeld in het vijfde lid.
5. De latente netto meerwaarden die voortvloeien uit de waardering van de activa worden meegeteld voorzover deze netto reserves geen uitzonderlijk karakter hebben.