BWBR0019490
Geldig vanaf 2006-02-08
Artikel 2
Besluit minimumbedrag eigen vermogen pensioenfondsen
1. Het eigen vermogen van een pensioenfonds wordt met name gevormd door de volgende vermogensbestanddelen:
a. het gestorte aandelenkapitaal of waarborgkapitaal vermeerderd met de ledenrekeningen;
b. de reserves;
c. het onverdeelde positieve of negatieve resultaat;
d. het cumulatief preferent aandelenkapitaal;
e. de achtergestelde leningen;
f. de effecten met onbepaalde looptijd en andere vermogensinstrumenten;
g. de meerwaarden in verband met de onderwaardering van activa dan wel op grond van resultaatsverwachtingen van het pensioenfonds; en
h. de helft van het obligo van het geplaatste kapitaal of van het in aandelen verdeeld waarborgkapitaal.
2. Het eigen vermogen wordt verminderd met het bedrag van de eigen aandelen die rechtstreeks door het pensioenfonds worden gehouden en met het bedrag van de immateriële activa.
a. het gestorte aandelenkapitaal of waarborgkapitaal vermeerderd met de ledenrekeningen;
b. de reserves;
c. het onverdeelde positieve of negatieve resultaat;
d. het cumulatief preferent aandelenkapitaal;
e. de achtergestelde leningen;
f. de effecten met onbepaalde looptijd en andere vermogensinstrumenten;
g. de meerwaarden in verband met de onderwaardering van activa dan wel op grond van resultaatsverwachtingen van het pensioenfonds; en
h. de helft van het obligo van het geplaatste kapitaal of van het in aandelen verdeeld waarborgkapitaal.
2. Het eigen vermogen wordt verminderd met het bedrag van de eigen aandelen die rechtstreeks door het pensioenfonds worden gehouden en met het bedrag van de immateriële activa.