BWBR0018901
Geldig vanaf 2006-01-13
Artikel 30
Diergeneesmiddelenbesluit
1. De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wetvoor het afleveren van een diergeneesmiddel stelt Onze Minister onverwijld onder opgaaf van reden in kennis van elke beslissing die door hem wordt genomen om het afleveren van een diergeneesmiddel op te schorten of te beperken, indien deze beslissing betrekking heeft op:
a. de werkzaamheid van het diergeneesmiddel;
b. de bescherming van de volksgezondheid.
2. Indien de beslissing, bedoeld in het eerste lid, is genomen omwille van de bescherming van de volksgezondheid, stelt de vergunninghouder tevens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in kennis van die beslissing.
3. Bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt in voorkomend geval de bestemming van de diergeneesmiddelen aangeduid.
a. de werkzaamheid van het diergeneesmiddel;
b. de bescherming van de volksgezondheid.
2. Indien de beslissing, bedoeld in het eerste lid, is genomen omwille van de bescherming van de volksgezondheid, stelt de vergunninghouder tevens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in kennis van die beslissing.
3. Bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt in voorkomend geval de bestemming van de diergeneesmiddelen aangeduid.