BWBR0018595
Geldig vanaf 2005-07-22
Artikel 22
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Inspectie Verkeer en Waterstaat 2005
1. Bij afwezigheid van de inspecteur-generaal is de plaatsvervangend inspecteur-generaal bevoegd de bevoegdheden van de inspecteur-generaal uit te oefenen.
2. Bij afwezigheid van een hoofddirecteur van de Hoofddirectie is een door de inspecteur-generaal schriftelijk daartoe aangewezen plaatsvervanger bevoegd de bevoegdheden van de afwezige hoofddirecteur uit te oefenen.
3. Bij afwezigheid van een functionaris, genoemd in artikel 2, onder c tot en met o, is de daartoe door de inspecteur-generaal schriftelijk aangewezen plaatsvervanger bevoegd de bevoegdheden van de afwezige functionaris uit te oefenen.
4. Bij afwezigheid van een unitmanager van een toezichteenheid, van de directie Bedrijfsvoering, van de directie Toezichtontwikkeling, Communicatie en Onderzoek of van de Toezicht Beheereenheid, is een door de betrokken hoofdinspecteur respectievelijk betrokken directeur schriftelijk daartoe aangewezen plaatsvervanger bevoegd de bevoegdheden van de afwezige unitmanager uit te oefenen.
2. Bij afwezigheid van een hoofddirecteur van de Hoofddirectie is een door de inspecteur-generaal schriftelijk daartoe aangewezen plaatsvervanger bevoegd de bevoegdheden van de afwezige hoofddirecteur uit te oefenen.
3. Bij afwezigheid van een functionaris, genoemd in artikel 2, onder c tot en met o, is de daartoe door de inspecteur-generaal schriftelijk aangewezen plaatsvervanger bevoegd de bevoegdheden van de afwezige functionaris uit te oefenen.
4. Bij afwezigheid van een unitmanager van een toezichteenheid, van de directie Bedrijfsvoering, van de directie Toezichtontwikkeling, Communicatie en Onderzoek of van de Toezicht Beheereenheid, is een door de betrokken hoofdinspecteur respectievelijk betrokken directeur schriftelijk daartoe aangewezen plaatsvervanger bevoegd de bevoegdheden van de afwezige unitmanager uit te oefenen.