BWBR0018540
Geldig vanaf 2005-07-20
Artikel 46
Regeling controleapparaten 2005
De werkgever en de persoon als bedoeld in artikel 2:7, eerste lid van de Arbeidstijdenwetzorgen ervoor dat:
a. ten minste eenmaal per twee jaar het controleapparaat door een erkenninghouder als installateur wordt onderzocht;
b. na iedere verbreking van verzegelingen als bedoeld in hoofdstuk V, paragraaf 4, van bijlage I van verordening (EU) nr. 165/2014, met uitzondering van een verbreking als bedoeld in artikel 28, derde lid, en na iedere wijziging aan het motorrijtuig waardoor wegdraaital of bandenomtrek zijn beïnvloed, het controleapparaat door een erkenninghouder als installateur of reparateur wordt onderzocht;
c. na ieder onderzoek het controleapparaat door een erkenninghouder als installateur of reparateur is voorzien van een installatieplaatje en van verzegelingen als bedoeld in hoofdstuk V, paragraaf 4, van bijlage I van verordening (EU) nr. 165/2014;
d. tijdens het gebruik van het motorrijtuig waarin een analoog dan wel digitaal controleapparaat is geïnstalleerd de maximaal toelaatbare fouten, aangegeven in van verordening (EU) nr. 165/2014 niet worden overschreden;
e. de onder c bedoelde verzegelingen ongewijzigd en intact blijven.
a. ten minste eenmaal per twee jaar het controleapparaat door een erkenninghouder als installateur wordt onderzocht;
b. na iedere verbreking van verzegelingen als bedoeld in hoofdstuk V, paragraaf 4, van bijlage I van verordening (EU) nr. 165/2014, met uitzondering van een verbreking als bedoeld in artikel 28, derde lid, en na iedere wijziging aan het motorrijtuig waardoor wegdraaital of bandenomtrek zijn beïnvloed, het controleapparaat door een erkenninghouder als installateur of reparateur wordt onderzocht;
c. na ieder onderzoek het controleapparaat door een erkenninghouder als installateur of reparateur is voorzien van een installatieplaatje en van verzegelingen als bedoeld in hoofdstuk V, paragraaf 4, van bijlage I van verordening (EU) nr. 165/2014;
d. tijdens het gebruik van het motorrijtuig waarin een analoog dan wel digitaal controleapparaat is geïnstalleerd de maximaal toelaatbare fouten, aangegeven in van verordening (EU) nr. 165/2014 niet worden overschreden;
e. de onder c bedoelde verzegelingen ongewijzigd en intact blijven.