BWBR0018540
Geldig vanaf 2005-07-20
Artikel 36
Regeling controleapparaten 2005
1. Na de installatie of het onderzoek van het controleapparaat worden door middel van datacommunicatie de volgende gegevens aan de Dienst Wegverkeer gemeld:
a. de toegangscodes,
b. Pasnummer en pincode als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de erkenninghouder dan wel het door hem aangewezen personeel,
c. het kenteken en de meldcode, gevormd door de laatste vier cijfers van het identificatienummer,
d. merk en serienummer en ingestelde apparaatconstante van het controleapparaat.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, wordt, indien het motorrijtuig nog niet is voorzien van een kenteken het volledige identificatienummer gemeld.
3. Onverminderd het eerste lid wordt bij een melding door een erkenninghouder als bedoeld in artikel 4, tweede lid, het adres met postcode van de werkplaats waar de installatie of het onderzoek is verricht, gemeld.
4. De in het eerste lid genoemde meldingsplicht geldt niet voor fabrikanten of importeurs van motorrijtuigen, voor zover het de installatie betreft in motorrijtuigen die voor de eerste maal in gebruik worden genomen.
5. De door de Dienst Wegverkeer gegeven aanwijzingen met betrekking tot de melding worden in acht genomen.
a. de toegangscodes,
b. Pasnummer en pincode als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de erkenninghouder dan wel het door hem aangewezen personeel,
c. het kenteken en de meldcode, gevormd door de laatste vier cijfers van het identificatienummer,
d. merk en serienummer en ingestelde apparaatconstante van het controleapparaat.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, wordt, indien het motorrijtuig nog niet is voorzien van een kenteken het volledige identificatienummer gemeld.
3. Onverminderd het eerste lid wordt bij een melding door een erkenninghouder als bedoeld in artikel 4, tweede lid, het adres met postcode van de werkplaats waar de installatie of het onderzoek is verricht, gemeld.
4. De in het eerste lid genoemde meldingsplicht geldt niet voor fabrikanten of importeurs van motorrijtuigen, voor zover het de installatie betreft in motorrijtuigen die voor de eerste maal in gebruik worden genomen.
5. De door de Dienst Wegverkeer gegeven aanwijzingen met betrekking tot de melding worden in acht genomen.