BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 94f
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Bij vermeerderingsdieren of dieren die worden opgefokt tot vermeerderingsdier wordt bloed afgenomen van ten minste 30 dieren per stal op de volgende momenten:
a. 70 dagen na het uitkomen, tenzij het koppel sinds het uitkomen met tussenpozen van ten hoogste zes weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd;
b. binnen zes weken nadat de vaccinatie, bedoeld in artikel 94c, vierde lid, is uitgevoerd;
c. in de periode van 40 tot 48 weken na het uitkomen, voor zover het dieren, anders dan kalkoenen betreft;
d. in de periode van 50 tot 58 weken na het uitkomen, voor zover het kalkoenen betreft;
e. in de periode van 70 tot 75 weken na het uitkomen;
f. binnen 20 dagen voorafgaand aan een verplaatsing van een koppel naar een ander bedrijf waar bedrijfsmatig vogels worden gehouden, voor zover het koppel op de dag van verplaatsing 28 dagen of ouder is.
a. 70 dagen na het uitkomen, tenzij het koppel sinds het uitkomen met tussenpozen van ten hoogste zes weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd;
b. binnen zes weken nadat de vaccinatie, bedoeld in artikel 94c, vierde lid, is uitgevoerd;
c. in de periode van 40 tot 48 weken na het uitkomen, voor zover het dieren, anders dan kalkoenen betreft;
d. in de periode van 50 tot 58 weken na het uitkomen, voor zover het kalkoenen betreft;
e. in de periode van 70 tot 75 weken na het uitkomen;
f. binnen 20 dagen voorafgaand aan een verplaatsing van een koppel naar een ander bedrijf waar bedrijfsmatig vogels worden gehouden, voor zover het koppel op de dag van verplaatsing 28 dagen of ouder is.