BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 86
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. De houder, bedoeld in artikel 85, eerste lid, laat overeenkomstig de artikelen 87 tot en met 92bloed afnemen bij de dieren, bedoeld in artikel 85, eerste lid, en laat dit onderzoeken op de aanwezigheid van antistoffen tegen aviaire influenza, subtype H5 of H7, bedoeld in Richtlijn 2005/94/EG in een laboratorium dat daartoe is aangewezen in <a href="/wet/BWBR0019575/artikel/20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 20, van de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria</a>.
2. De houder laat het bloed afnemen door een dierenarts of een dierenartsassistent paraveterinair.
3. De hoeveelheid bloed die overeenkomstig het eerste lid per dier wordt afgenomen en onderzocht bedraagt ten minste 1 milliliter.
4. Het bloed wordt de uiterlijk werkdag na de dag dat het bloed is afgenomen aangeleverd bij het laboratorium, bedoeld in het eerste lid.
5. Bij aanlevering van het bloed worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd:
a. gegevens ter identificatie van de houder van de dieren;
b. gegevens ter identificatie van de dierenarts die het bloed heeft afgenomen;
c. gegevens ter identificatie van de dieren waarbij het bloed is afgenomen;
d. gegevens omtrent de bloedmonsters;
e. de dagtekening;
f. de handtekening van de inzender van de bloedmonsters.
2. De houder laat het bloed afnemen door een dierenarts of een dierenartsassistent paraveterinair.
3. De hoeveelheid bloed die overeenkomstig het eerste lid per dier wordt afgenomen en onderzocht bedraagt ten minste 1 milliliter.
4. Het bloed wordt de uiterlijk werkdag na de dag dat het bloed is afgenomen aangeleverd bij het laboratorium, bedoeld in het eerste lid.
5. Bij aanlevering van het bloed worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd:
a. gegevens ter identificatie van de houder van de dieren;
b. gegevens ter identificatie van de dierenarts die het bloed heeft afgenomen;
c. gegevens ter identificatie van de dieren waarbij het bloed is afgenomen;
d. gegevens omtrent de bloedmonsters;
e. de dagtekening;
f. de handtekening van de inzender van de bloedmonsters.