BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 43
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. Fokrunderen worden van een ingevolge artikel 21erkend runderverzamelcentrum rechtstreeks afgevoerd naar één of meer niet in Nederland gelegen bedrijven.
2. In afwijking van het eerste lid, worden de runderen, indien aan het einde van een blokperiode de fokrunderen niet zijn afgevoerd, na voorafgaande kennisgeving bij de minister met gebruikmaking van een daartoe ter beschikking gesteld formulier:
a. door de aanbieder rechtstreeks afgevoerd naar een slachthuis;
b. op het verzamelcentrum voor een periode van 21 dagen in een epidemiologische eenheid gescheiden gehouden van andere fokrunderen als zij nog niet ten minste 21 dagen in afzondering hebben gestaan waarna de fokrunderen rechtstreeks worden vervoerd naar een in Nederland gelegen bedrijf.
3. De periode, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vangt aan nadat het laatste fokrund aan de epidemiologische eenheid is toegevoegd.
4. In afwijking van het eerste lid, worden de runderen, indien aan het einde van een blokperiode de fokrunderen niet zijn afgevoerd, op het verzamelcentrum gescheiden gehouden van andere fokrunderen voor ten hoogste de periode die benodigd is voor het verkrijgen van de resultaten van testen op besmettelijke dierziekten die bij de desbetreffende fokrunderen binnen de blokperiode zijn uitgevoerd, waarna de fokrunderen rechtstreeks worden vervoerd naar één of meer niet in Nederland gelegen bedrijven.
2. In afwijking van het eerste lid, worden de runderen, indien aan het einde van een blokperiode de fokrunderen niet zijn afgevoerd, na voorafgaande kennisgeving bij de minister met gebruikmaking van een daartoe ter beschikking gesteld formulier:
a. door de aanbieder rechtstreeks afgevoerd naar een slachthuis;
b. op het verzamelcentrum voor een periode van 21 dagen in een epidemiologische eenheid gescheiden gehouden van andere fokrunderen als zij nog niet ten minste 21 dagen in afzondering hebben gestaan waarna de fokrunderen rechtstreeks worden vervoerd naar een in Nederland gelegen bedrijf.
3. De periode, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vangt aan nadat het laatste fokrund aan de epidemiologische eenheid is toegevoegd.
4. In afwijking van het eerste lid, worden de runderen, indien aan het einde van een blokperiode de fokrunderen niet zijn afgevoerd, op het verzamelcentrum gescheiden gehouden van andere fokrunderen voor ten hoogste de periode die benodigd is voor het verkrijgen van de resultaten van testen op besmettelijke dierziekten die bij de desbetreffende fokrunderen binnen de blokperiode zijn uitgevoerd, waarna de fokrunderen rechtstreeks worden vervoerd naar één of meer niet in Nederland gelegen bedrijven.