BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 51
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. Eenieder, die het deel van de plaats, waar runderen, schapen of geiten verblijven, betreedt of verlaat, ontsmet zijn schoeisel door middel van voorzieningen, die duidelijk zichtbaar aanwezig zijn bij elke in- en uitgang van voornoemd deel van de plaats.
2. Op de plaats zijn voor de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen, waarmee evenhoevigen worden vervoerd, één of meer installaties aanwezig die water leveren van voldoende druk voor een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting.
3. Artikel 31, eerste lid, is niet van toepassing bij het uitladen van evenhoevigen op een plaats, onder de voorwaarde dat het vervoermiddel na het uitladen op de plaats aanwezig blijft en met dezelfde evenhoevigen wordt geladen.
4. Voordat een vervoermiddel, dat geladen is met runderen, schapen of geiten, de plaats verlaat, reinigt en ontsmet de bestuurder de wielen en wielkasten van dat vervoermiddel met een toegelaten ontsmettingsmiddel op zodanige wijze dat de bioveiligheid niet in gevaar komt.
2. Op de plaats zijn voor de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen, waarmee evenhoevigen worden vervoerd, één of meer installaties aanwezig die water leveren van voldoende druk voor een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting.
3. Artikel 31, eerste lid, is niet van toepassing bij het uitladen van evenhoevigen op een plaats, onder de voorwaarde dat het vervoermiddel na het uitladen op de plaats aanwezig blijft en met dezelfde evenhoevigen wordt geladen.
4. Voordat een vervoermiddel, dat geladen is met runderen, schapen of geiten, de plaats verlaat, reinigt en ontsmet de bestuurder de wielen en wielkasten van dat vervoermiddel met een toegelaten ontsmettingsmiddel op zodanige wijze dat de bioveiligheid niet in gevaar komt.