BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 54
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. De verboden, bedoeld in artikel 53, tweede en derde lid, zijn niet van toepassing op een keuring of tentoonstelling van sierpluimvee, loopvogels of postduiven of op een wedvlucht van postduiven indien wordt voldaan aan het tweede of derde lid.
2. Op de tentoonstelling of keuring worden slechts pluimvee, loopvogels of postduiven toegelaten en tot de wedvlucht worden slechts postduiven toegelaten, die vergezeld gaan van een op hen betrekking hebbende, volledig ingevulde en ondertekende verklaring van enting tegen Newcastle Disease.
3. Uit de in het tweede lid bedoelde verklaring, waarvan het model als bijlage 6en bijlage 7bij deze regeling is gevoegd, blijkt dat:
a. de hoenderachtigen en loopvogels van de desbetreffende houder, voorzover de dieren ouder zijn dan 30 dagen, ten minste twee weken en ten hoogste vijf maanden voor het begin van de tentoonstelling of de keuring op de in bijlage 6 omschreven wijze zijn geënt tegen Newcastle Disease;
b. de postduiven van de betreffende houder ten minste twee weken voor het begin van de tentoonstelling, keuring of wedvlucht op de in bijlage 7 omschreven wijze zijn geënt tegen Newcastle Disease overeenkomstig de bij de registratie van de entstof gegeven voorschriften betreffende het entschema en de dosering.
2. Op de tentoonstelling of keuring worden slechts pluimvee, loopvogels of postduiven toegelaten en tot de wedvlucht worden slechts postduiven toegelaten, die vergezeld gaan van een op hen betrekking hebbende, volledig ingevulde en ondertekende verklaring van enting tegen Newcastle Disease.
3. Uit de in het tweede lid bedoelde verklaring, waarvan het model als bijlage 6en bijlage 7bij deze regeling is gevoegd, blijkt dat:
a. de hoenderachtigen en loopvogels van de desbetreffende houder, voorzover de dieren ouder zijn dan 30 dagen, ten minste twee weken en ten hoogste vijf maanden voor het begin van de tentoonstelling of de keuring op de in bijlage 6 omschreven wijze zijn geënt tegen Newcastle Disease;
b. de postduiven van de betreffende houder ten minste twee weken voor het begin van de tentoonstelling, keuring of wedvlucht op de in bijlage 7 omschreven wijze zijn geënt tegen Newcastle Disease overeenkomstig de bij de registratie van de entstof gegeven voorschriften betreffende het entschema en de dosering.