BWBR0018040
Geldig vanaf 2014-12-17
Artikel 79
Zaaizaad- en plantgoedwet 2005
1. De deskundige leden, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/55a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 55a, tweede lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/70" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">70, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie</a>, worden bij koninklijk besluit benoemd. Zij worden genoemd lid, onderscheidenlijk plaatsvervangend lid, in de rechtbank Den Haag dan wel raad, onderscheidenlijk plaatsvervangend raad, in het gerechtshof Den Haag, al naar gelang het geval.
2. De leden en de plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden, worden voor de tijd van vijf jaren benoemd. Zij zijn bij aftreden terstond opnieuw benoembaar. Op eigen verzoek kunnen zij bij koninklijk besluit worden ontslagen.
3. Aan de leden en de plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden, wordt bij koninklijk besluit ontslag verleend met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin zij de leeftijd van zeventig jaar hebben bereikt.
4. <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/66" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 66, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie</a>is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden en de plaatsvervangende leden onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden.
2. De leden en de plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden, worden voor de tijd van vijf jaren benoemd. Zij zijn bij aftreden terstond opnieuw benoembaar. Op eigen verzoek kunnen zij bij koninklijk besluit worden ontslagen.
3. Aan de leden en de plaatsvervangende leden, onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden, wordt bij koninklijk besluit ontslag verleend met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin zij de leeftijd van zeventig jaar hebben bereikt.
4. <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/66" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 66, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie</a>is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden en de plaatsvervangende leden onderscheidenlijk de raden en de plaatsvervangende raden.