BWBR0018040
Geldig vanaf 2014-12-17
Artikel 38
Zaaizaad- en plantgoedwet 2005
1. De toelating van een ras of opstand vervalt van rechtswege, zodra zes maanden zijn verstreken sinds de vergoeding, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel f, verschuldigd is geworden, zonder dat betaling daarvan heeft plaats gehad. Van dit vervallen wordt in het rassenregister aantekening gedaan.
2. Indien binnen veertien dagen na de vervaldag niet is betaald wordt degene, die volgens het rassenregister instandhouder van het ras is, dan wel de aanvrager van de toelating van een opstand, door de Raad bij aangetekende brief aan zijn verplichting tot betaling herinnerd.
2. Indien binnen veertien dagen na de vervaldag niet is betaald wordt degene, die volgens het rassenregister instandhouder van het ras is, dan wel de aanvrager van de toelating van een opstand, door de Raad bij aangetekende brief aan zijn verplichting tot betaling herinnerd.