BWBR0017824
Geldig vanaf 2006-06-23
Artikel 3.42
Organisatiebesluit VROM 2005
1. De VROM inlichtingen- en opsporingsdienst staat onder leiding van de directeur VROM inlichtingen- en opsporingsdienst.
2. De taken van de VROM inlichtingen- en opsporingsdienst zijn:
a. het eigenstandig uitvoeren van grotere, complexe opsporingsonderzoeken met een eventueel bovenregionaal of internationaal karakter op het gebied van huisvesting (inclusief huursubsidiefraude), milieu en ruimtelijke ordening;
b. het in samenwerking met anderen, zoals FIOD, ECD, AID, Rijksrecherche en/of politie, uitoefenen van zijn opsporingsbevoegdheid op basis van gelijkwaardigheid gelet op aspecten als synergie, meerwaarde en efficiencywinst;
c. het leveren van specifieke expertise aan onderzoeken van andere opsporingsdiensten. Onderdeel hiervan vormt de structurele samenwerking met de Landelijke Milieugroep (LMG) van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) en het opstellen van dan wel bijdragen aan het opstellen van criminaliteitsbeelden;
d. het vergaren van informatie uit intern en extern netwerk ter zaaksvoorbereiding en voor het verkrijgen van criminaliteitsbeelden en het veredelen van deze informatie ter voorbereiding van operationele afhandeling, waar mogelijk in samenwerking met externe partners;
e. het evalueren van operationele onderzoeken zowel op zaaksniveau als op beleidsniveau en op basis daarvan adviseren van bestuur en Justitie;
f. het ondersteunen van medewerkers van de VROM-inspecties bij ingewikkelde verbaliseringstaken en facilitering van inspectie-onderzoeken met recherchetactische expertise;
g. het participeren in het driehoeksoverleg op landelijk niveau tussen het Inspectoraat-Generaal en het (landelijk) functioneel Openbaar Ministerie.
3. De ambtenaren van de VROM inlichtingen- en opsporingsdienst zijn onder gezag van de officier van Justitie tevens belast met de taken, genoemd in artikel 3.38, tweede lid, onder c.
4. De VROM inlichtingen- en opsporingsdienst bestaat uit de volgende onderdelen:
a. afdeling Strategie, Informatie Analyse en Expertise;
b. afdeling Uitvoering;
c. Directiebureau.
2. De taken van de VROM inlichtingen- en opsporingsdienst zijn:
a. het eigenstandig uitvoeren van grotere, complexe opsporingsonderzoeken met een eventueel bovenregionaal of internationaal karakter op het gebied van huisvesting (inclusief huursubsidiefraude), milieu en ruimtelijke ordening;
b. het in samenwerking met anderen, zoals FIOD, ECD, AID, Rijksrecherche en/of politie, uitoefenen van zijn opsporingsbevoegdheid op basis van gelijkwaardigheid gelet op aspecten als synergie, meerwaarde en efficiencywinst;
c. het leveren van specifieke expertise aan onderzoeken van andere opsporingsdiensten. Onderdeel hiervan vormt de structurele samenwerking met de Landelijke Milieugroep (LMG) van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) en het opstellen van dan wel bijdragen aan het opstellen van criminaliteitsbeelden;
d. het vergaren van informatie uit intern en extern netwerk ter zaaksvoorbereiding en voor het verkrijgen van criminaliteitsbeelden en het veredelen van deze informatie ter voorbereiding van operationele afhandeling, waar mogelijk in samenwerking met externe partners;
e. het evalueren van operationele onderzoeken zowel op zaaksniveau als op beleidsniveau en op basis daarvan adviseren van bestuur en Justitie;
f. het ondersteunen van medewerkers van de VROM-inspecties bij ingewikkelde verbaliseringstaken en facilitering van inspectie-onderzoeken met recherchetactische expertise;
g. het participeren in het driehoeksoverleg op landelijk niveau tussen het Inspectoraat-Generaal en het (landelijk) functioneel Openbaar Ministerie.
3. De ambtenaren van de VROM inlichtingen- en opsporingsdienst zijn onder gezag van de officier van Justitie tevens belast met de taken, genoemd in artikel 3.38, tweede lid, onder c.
4. De VROM inlichtingen- en opsporingsdienst bestaat uit de volgende onderdelen:
a. afdeling Strategie, Informatie Analyse en Expertise;
b. afdeling Uitvoering;
c. Directiebureau.