BWBR0017824
Geldig vanaf 2006-06-23
Artikel 2.1
Organisatiebesluit VROM 2005
1. Het ministerie bestaat uit:
a. de diensten: 1°. Concernstaf;
2°. Auditdienst;
3°. Gemeenschappelijke Dienst;
4°. Directoraat-Generaal Milieu;
5°. Directoraat-Generaal Wonen, Wijken en Integratie;
6°. Directoraat-Generaal Ruimte;
7°. Inspectoraat-Generaal VROM;
8°. Rijksgebouwendienst;
1°. Concernstaf;
2°. Auditdienst;
3°. Gemeenschappelijke Dienst;
4°. Directoraat-Generaal Milieu;
5°. Directoraat-Generaal Wonen, Wijken en Integratie;
6°. Directoraat-Generaal Ruimte;
7°. Inspectoraat-Generaal VROM;
8°. Rijksgebouwendienst;
b. de ministeriebrede directies: 1°. directie Externe Veiligheid;
2°. directie Internationale Zaken;
1°. directie Externe Veiligheid;
2°. directie Internationale Zaken;
c. de planbureaus: 1°. Ruimtelijk Planbureau;
2°. Milieu- en Natuurplanbureau;
1°. Ruimtelijk Planbureau;
2°. Milieu- en Natuurplanbureau;
d. de Nederlandse Emissieautoriteit in oprichting.
2. De algemene leiding ressorteert onder de bewindslieden.
3. De in het eerste lid genoemde organisatieonderdelen ressorteren onder de algemene leiding.
4. Het diensthoofd, de directeur Ruimtelijk Planbureau, de directeur Milieu- en Natuurplanbureau en de directeur Nederlandse Emissieautoriteit in oprichting zijn belast met de dagelijkse leiding van hun organisatieonderdelen en de aan hen in de Bestuursraad toegewezen onderwerpen. Zij ondernemen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding en de uitvoering van het door de bewindslieden bepaalde beleid op het werkterrein van hun organisatieonderdelen. De directeur-generaal Milieu is tevens belast met de dagelijkse leiding van de directie Externe Veiligheid.
5. Het diensthoofd, de directeur Ruimtelijk Planbureau, de directeur Milieu- en Natuurplanbureau en de directeur Nederlandse Emissieautoriteit in oprichting zijn belast met het beheer van hun organisatieonderdelen. De algemene leiding is tevens belast met het toezicht op het beheer door de directeur Ruimtelijk Planbureau en de directeur Milieu- en Natuurplanbureau van hun organisatieonderdelen. De directeur-generaal Milieu is tevens belast met het beheer van de directie Externe Veiligheid.
6. De plaatsvervangend secretaris-generaal is belast met het beheer en de bedrijfsvoering van de aan het ministerie gelieerde colleges en instellingen.
7. In afwijking van het vierde en het vijfde lid, zijn uitgezonderd de taken die bij of krachtens de wet respectievelijk dit besluit zijn opgedragen aan andere instanties respectievelijk andere functionarissen.
a. de diensten: 1°. Concernstaf;
2°. Auditdienst;
3°. Gemeenschappelijke Dienst;
4°. Directoraat-Generaal Milieu;
5°. Directoraat-Generaal Wonen, Wijken en Integratie;
6°. Directoraat-Generaal Ruimte;
7°. Inspectoraat-Generaal VROM;
8°. Rijksgebouwendienst;
1°. Concernstaf;
2°. Auditdienst;
3°. Gemeenschappelijke Dienst;
4°. Directoraat-Generaal Milieu;
5°. Directoraat-Generaal Wonen, Wijken en Integratie;
6°. Directoraat-Generaal Ruimte;
7°. Inspectoraat-Generaal VROM;
8°. Rijksgebouwendienst;
b. de ministeriebrede directies: 1°. directie Externe Veiligheid;
2°. directie Internationale Zaken;
1°. directie Externe Veiligheid;
2°. directie Internationale Zaken;
c. de planbureaus: 1°. Ruimtelijk Planbureau;
2°. Milieu- en Natuurplanbureau;
1°. Ruimtelijk Planbureau;
2°. Milieu- en Natuurplanbureau;
d. de Nederlandse Emissieautoriteit in oprichting.
2. De algemene leiding ressorteert onder de bewindslieden.
3. De in het eerste lid genoemde organisatieonderdelen ressorteren onder de algemene leiding.
4. Het diensthoofd, de directeur Ruimtelijk Planbureau, de directeur Milieu- en Natuurplanbureau en de directeur Nederlandse Emissieautoriteit in oprichting zijn belast met de dagelijkse leiding van hun organisatieonderdelen en de aan hen in de Bestuursraad toegewezen onderwerpen. Zij ondernemen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding en de uitvoering van het door de bewindslieden bepaalde beleid op het werkterrein van hun organisatieonderdelen. De directeur-generaal Milieu is tevens belast met de dagelijkse leiding van de directie Externe Veiligheid.
5. Het diensthoofd, de directeur Ruimtelijk Planbureau, de directeur Milieu- en Natuurplanbureau en de directeur Nederlandse Emissieautoriteit in oprichting zijn belast met het beheer van hun organisatieonderdelen. De algemene leiding is tevens belast met het toezicht op het beheer door de directeur Ruimtelijk Planbureau en de directeur Milieu- en Natuurplanbureau van hun organisatieonderdelen. De directeur-generaal Milieu is tevens belast met het beheer van de directie Externe Veiligheid.
6. De plaatsvervangend secretaris-generaal is belast met het beheer en de bedrijfsvoering van de aan het ministerie gelieerde colleges en instellingen.
7. In afwijking van het vierde en het vijfde lid, zijn uitgezonderd de taken die bij of krachtens de wet respectievelijk dit besluit zijn opgedragen aan andere instanties respectievelijk andere functionarissen.