BWBR0017461
Geldig vanaf 2009-10-16
Artikel 2
Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen
1. Ter uitvoering van de artikelen 1.49, eerste lid, en 1.50 van de wetbeschikt een kindercentrum over een pedagogisch beleidsplan, waarin de voor dat kindercentrum kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven.
2. Een pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen ten minste een beschrijving van:
a. de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt;
b. de werkwijze, maximale omvang en leeftijdsopbouw van de stamgroepen;
c. de (spel)activiteiten die kinderen buiten de stamgroep kunnen verrichten; en van
d. de wijze waarop beroepskrachten bij hun werkzaamheden worden ondersteund door andere volwassenen.
3. Waar nodig wordt in een pedagogisch beleidsplan onderscheid gemaakt tussen dagopvang en buitenschoolse opvang.
4. De houder en de personen werkzaam bij een kindercentrum handelen in de praktijk van dagopvang of buitenschoolse opvang naar het door de houder vastgestelde pedagogisch beleidsplan.
5. Een pedagogisch beleidsplan wordt voor de eerste maal vastgesteld binnen zes maanden na de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45 van de wet.
2. Een pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen ten minste een beschrijving van:
a. de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt;
b. de werkwijze, maximale omvang en leeftijdsopbouw van de stamgroepen;
c. de (spel)activiteiten die kinderen buiten de stamgroep kunnen verrichten; en van
d. de wijze waarop beroepskrachten bij hun werkzaamheden worden ondersteund door andere volwassenen.
3. Waar nodig wordt in een pedagogisch beleidsplan onderscheid gemaakt tussen dagopvang en buitenschoolse opvang.
4. De houder en de personen werkzaam bij een kindercentrum handelen in de praktijk van dagopvang of buitenschoolse opvang naar het door de houder vastgestelde pedagogisch beleidsplan.
5. Een pedagogisch beleidsplan wordt voor de eerste maal vastgesteld binnen zes maanden na de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45 van de wet.