BWBR0017461
Geldig vanaf 2009-10-16
Artikel 1
Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;
b. dagopvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen;
c. buitenschoolse opvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen in de leeftijd dat zij naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd, evenals gedurende vrije dagen of middagen en in de schoolvakanties;
d. groep: een eenheid die bestaat uit een aantal kinderen met een of meer beroepskrachten;
e. stamgroep: een vaste groep kinderen in de dagopvang in een passend ingerichte vaste groepsruimte;
f. peuterspeelzaalgroep: een vaste groep kinderen met één of meer beroepskrachten in een passend ingerichte vaste groepsruimte;
g. stamgroepruimte: de ruimte waarin de kinderen in de dagopvang het grootste deel van de dag aanwezig zijn;
h. basisgroep: een vaste groep kinderen in de buitenschoolse opvang in een passend ingerichte ruimte;
i. risico-inventarisatie: de risico-inventarisatie, bedoeld in de artikelen 1.51 en 2.9 van de wet;
j. vraagouder: ouder die kinderopvang vraagt die geboden wordt door een gastouder;
k. bemiddelingsmedewerker: de medewerker die zich bezighoudt met de taken, bedoeld in de artikelen 12, 15 en 15e;
l. opvangadres: het woonadres van de gastouder of het woonadres van een van de ouders waar de gastouderopvang plaatsvindt.
2. Dit besluit berust op de artikelen 1.57a, eerste lid, en 2.13, eerste lid, van de wet.
a. wet: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;
b. dagopvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen;
c. buitenschoolse opvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen in de leeftijd dat zij naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd, evenals gedurende vrije dagen of middagen en in de schoolvakanties;
d. groep: een eenheid die bestaat uit een aantal kinderen met een of meer beroepskrachten;
e. stamgroep: een vaste groep kinderen in de dagopvang in een passend ingerichte vaste groepsruimte;
f. peuterspeelzaalgroep: een vaste groep kinderen met één of meer beroepskrachten in een passend ingerichte vaste groepsruimte;
g. stamgroepruimte: de ruimte waarin de kinderen in de dagopvang het grootste deel van de dag aanwezig zijn;
h. basisgroep: een vaste groep kinderen in de buitenschoolse opvang in een passend ingerichte ruimte;
i. risico-inventarisatie: de risico-inventarisatie, bedoeld in de artikelen 1.51 en 2.9 van de wet;
j. vraagouder: ouder die kinderopvang vraagt die geboden wordt door een gastouder;
k. bemiddelingsmedewerker: de medewerker die zich bezighoudt met de taken, bedoeld in de artikelen 12, 15 en 15e;
l. opvangadres: het woonadres van de gastouder of het woonadres van een van de ouders waar de gastouderopvang plaatsvindt.
2. Dit besluit berust op de artikelen 1.57a, eerste lid, en 2.13, eerste lid, van de wet.