BWBR0017461
Geldig vanaf 2009-10-16
Artikel 13
Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen
1. De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat per gastouder wordt beoordeeld of de samenstelling van de groep kinderen die wordt opgevangen, bedoeld in artikel 15d. verantwoord is.
2. De houder van een gastouderbureau toont aan dat de bemiddelingsmedewerkers, die de inhoudelijke begeleiding op het gebied van opvang en pedagogiek voor hun rekening nemen, voldoen aan opleidingseisen, bedoeld in artikel 14.
3. Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
1°. Het intake-gesprek, bedoeld in artikel 15, vijfde lid;
2°. Werving van de gastouder;
3°. Het intake-gesprek, bedoeld in artikel 15, eerste lid;
4°. Scholing en begeleiding van de gastouder;
5°. Het begeleiden van de GGD-toetsing;
6°. De koppeling van gastouder en vraagouder;
7°. Het koppelingsgesprek, bedoeld in artikel 15, tweede lid;
8°. Het evaluatiegesprek, bedoeld in artikel 15, vierde lid;
9°. Vraagbaak voor gastouders;
10°. De bezoeken, bedoeld in artikel 15, zesde lid;
11°. Interne/externe opleiding/training; en
12°. Intern en extern overleg op het gebied van begeleiding en bemiddeling.
4. De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat het gastouderbureau goed bereikbaar is voor de vraag- en de gastouder en informeert deze hierover.
5. Voor een werknemer die als uitzendkracht werkzaam is, geldt de verplichting van artikel 56, derde lid, van de wetde eerste maal voordat deze persoon zijn werkzaamheden bij een gastouderbureau aanvangt.
6. Stagiaires die langer dan drie maanden worden ingezet bij een gastouderbureau, zijn in het bezit van een verklaring als bedoeld in artikel 1.50, derde lid, van de wetof is voor hen bij aanvang van de stageperiode een dergelijke verklaring aangevraagd.
2. De houder van een gastouderbureau toont aan dat de bemiddelingsmedewerkers, die de inhoudelijke begeleiding op het gebied van opvang en pedagogiek voor hun rekening nemen, voldoen aan opleidingseisen, bedoeld in artikel 14.
3. Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
1°. Het intake-gesprek, bedoeld in artikel 15, vijfde lid;
2°. Werving van de gastouder;
3°. Het intake-gesprek, bedoeld in artikel 15, eerste lid;
4°. Scholing en begeleiding van de gastouder;
5°. Het begeleiden van de GGD-toetsing;
6°. De koppeling van gastouder en vraagouder;
7°. Het koppelingsgesprek, bedoeld in artikel 15, tweede lid;
8°. Het evaluatiegesprek, bedoeld in artikel 15, vierde lid;
9°. Vraagbaak voor gastouders;
10°. De bezoeken, bedoeld in artikel 15, zesde lid;
11°. Interne/externe opleiding/training; en
12°. Intern en extern overleg op het gebied van begeleiding en bemiddeling.
4. De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat het gastouderbureau goed bereikbaar is voor de vraag- en de gastouder en informeert deze hierover.
5. Voor een werknemer die als uitzendkracht werkzaam is, geldt de verplichting van artikel 56, derde lid, van de wetde eerste maal voordat deze persoon zijn werkzaamheden bij een gastouderbureau aanvangt.
6. Stagiaires die langer dan drie maanden worden ingezet bij een gastouderbureau, zijn in het bezit van een verklaring als bedoeld in artikel 1.50, derde lid, van de wetof is voor hen bij aanvang van de stageperiode een dergelijke verklaring aangevraagd.