BWBR0016664
Geldig vanaf 2004-05-12
Artikel 64
Overleveringswet
1. In gevallen waarin krachtens deze wet een beslissing omtrent de vrijheidsbeneming kan of moet worden genomen, kan worden bevolen dat die vrijheidsbeneming voorwaardelijk wordt opgeschort of geschorst tot het moment van de uitspraak van de rechtbank waarbij de overlevering wordt toegestaan. De te stellen voorwaarden mogen alleen strekken ter voorkoming van vlucht.
2. Op bevelen krachtens het eerste lid gegeven door de rechtbank, dan wel door de rechter-commissaris, zijn de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/80" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 80, met uitzondering van het tweede lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/81" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">81 tot en met 88 van het Wetboek van Strafvordering</a>van overeenkomstige toepassing.
3. De officier van justitie stelt de uitvaardigende justitiële autoriteit onverwijld in kennis van een bevel van de rechtbank, respectievelijk, de rechter-commissaris als bedoeld in het eerste lid, en van de daaraan ten grondslag liggende redenen.
2. Op bevelen krachtens het eerste lid gegeven door de rechtbank, dan wel door de rechter-commissaris, zijn de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/80" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 80, met uitzondering van het tweede lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/81" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">81 tot en met 88 van het Wetboek van Strafvordering</a>van overeenkomstige toepassing.
3. De officier van justitie stelt de uitvaardigende justitiële autoriteit onverwijld in kennis van een bevel van de rechtbank, respectievelijk, de rechter-commissaris als bedoeld in het eerste lid, en van de daaraan ten grondslag liggende redenen.