BWBR0016664
Geldig vanaf 2004-05-12
Artikel 20
Overleveringswet
1. Een Europees aanhoudingsbevel wordt, zo het niet aan de officier van justitie is toegezonden, onverwijld aan hem doorgezonden.
2. Een Europees aanhoudingsbevel kan slechts in behandeling worden genomen, indien het voldoet aan de vereisten omschreven in artikel 2.
3. Indien een Europees aanhoudingsbevel naar het oordeel van de officier van justitie niet voldoet aan de eisen omschreven in artikel 2biedt hij de uitvaardigende justitiële autoriteit de gelegenheid tot completering of verbetering.
4. Indien naar het oordeel van de officier van justitie, dan wel naar het oordeel van de rechtbank naast het Europees aanhoudingsbevel aanvullende gegevens noodzakelijk zijn, met name in verband met de artikelen 7 tot en met 9en 11 tot en met 13, stelt de officier van justitie de uitvaardigende justitiële autoriteit in de gelegenheid tot completering of verbetering, rekening houdend met de in artikel 22genoemde termijnen.
2. Een Europees aanhoudingsbevel kan slechts in behandeling worden genomen, indien het voldoet aan de vereisten omschreven in artikel 2.
3. Indien een Europees aanhoudingsbevel naar het oordeel van de officier van justitie niet voldoet aan de eisen omschreven in artikel 2biedt hij de uitvaardigende justitiële autoriteit de gelegenheid tot completering of verbetering.
4. Indien naar het oordeel van de officier van justitie, dan wel naar het oordeel van de rechtbank naast het Europees aanhoudingsbevel aanvullende gegevens noodzakelijk zijn, met name in verband met de artikelen 7 tot en met 9en 11 tot en met 13, stelt de officier van justitie de uitvaardigende justitiële autoriteit in de gelegenheid tot completering of verbetering, rekening houdend met de in artikel 22genoemde termijnen.