BWBR0016664
Geldig vanaf 2004-05-12
Artikel 56
Overleveringswet
1. De rechter-commissaris die een Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd of de officier van justitie die een Europees aanhoudingsbevel of uitleveringsverzoek in behandeling heeft genomen, zendt een verzoek om doorvoer van een opgeëiste persoon aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de Europese Unie over wiens grondgebied betrokkene moet worden vervoerd.
2. Een verzoek om doorvoer dient de volgende gegevens te bevatten:
a. de identiteit en de nationaliteit van de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel is afgegeven of ten aanzien van wie een uitleveringsverzoek is gedaan;
b. het bestaan van een Europees aanhoudingsbevel of van een uitleveringsverzoek aan een derde staat;
c. de aard en wettelijke kwalificatie van het strafbare feit;
d. een beschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is begaan, met inbegrip van tijd en plaats.
2. Een verzoek om doorvoer dient de volgende gegevens te bevatten:
a. de identiteit en de nationaliteit van de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel is afgegeven of ten aanzien van wie een uitleveringsverzoek is gedaan;
b. het bestaan van een Europees aanhoudingsbevel of van een uitleveringsverzoek aan een derde staat;
c. de aard en wettelijke kwalificatie van het strafbare feit;
d. een beschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is begaan, met inbegrip van tijd en plaats.