BWBR0016664
Geldig vanaf 2004-05-12
Artikel 34
Overleveringswet
1. De voortgezette vrijheidsbeneming kan telkens worden verlengd met ten hoogste dertig dagen indien:
a. ook de uitlevering is gevraagd of de overlevering door het Internationaal Strafhof of een ander internationaal tribunaal, en Onze Minister nog niet op die verzoeken heeft beslist;
b. de overlevering wel is toegestaan, maar de feitelijke overlevering niet binnen de gestelde termijn heeft kunnen plaatshebben en voor zover artikel 35, tweede of derde lid, of artikel 36, eerste lid, daartoe noodzaakt.
2. De opgeëiste persoon wordt in de gelegenheid gesteld op de vordering tot verlenging te worden gehoord.
a. ook de uitlevering is gevraagd of de overlevering door het Internationaal Strafhof of een ander internationaal tribunaal, en Onze Minister nog niet op die verzoeken heeft beslist;
b. de overlevering wel is toegestaan, maar de feitelijke overlevering niet binnen de gestelde termijn heeft kunnen plaatshebben en voor zover artikel 35, tweede of derde lid, of artikel 36, eerste lid, daartoe noodzaakt.
2. De opgeëiste persoon wordt in de gelegenheid gesteld op de vordering tot verlenging te worden gehoord.