BWBR0016664
Geldig vanaf 2004-05-12
Artikel 52
Overleveringswet
1. Bij vervoer te land, overeenkomstig artikel 51, is de bewaking van de opgeëiste persoon opgedragen aan Nederlandse ambtenaren die bevoegd zijn alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de opgeëiste persoon en ter voorkoming van zijn ontvluchting.
2. Indien het ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet mogelijk is het vervoer door Nederland zonder onderbreking voort te zetten, kan de opgeëiste persoon, in afwachting van een passende gelegenheid tot vertrek naar elders, zo nodig worden opgenomen in een huis van bewaring, zulks op vertoon van een stuk waaruit de door de officier van justitie verleende toestemming tot het vervoer blijkt.
2. Indien het ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet mogelijk is het vervoer door Nederland zonder onderbreking voort te zetten, kan de opgeëiste persoon, in afwachting van een passende gelegenheid tot vertrek naar elders, zo nodig worden opgenomen in een huis van bewaring, zulks op vertoon van een stuk waaruit de door de officier van justitie verleende toestemming tot het vervoer blijkt.