BWBR0016539
Geldig vanaf 2004-04-01
Artikel 9
Regeling superheffing
1. Degenen die een referentiehoeveelheid op basis van artikel 6, 6a, of 7, eerste lid, hebben overgedragen respectievelijk overgedragen gekregen, stellen gezamenlijk binnen zes weken nadien het productschap in kennis. Daarbij worden het door het productschap voorgeschreven formulier en de voorgeschreven documenten met betrekking tot de overdracht van de referentiehoeveelheid, en in het geval dat overdracht plaatsvindt op basis van artikel 6of artikel 7, eerste lid, met betrekking tot de overdracht van de bijbehorende grond gevoegd.
2. Er kan eerst een aanspraak op referentiehoeveelheid worden gemaakt na de registratie door het productschap.
3. Indien de overdracht bedoeld in het eerste lid niet overeenkomstig de eisen van het eerste lid wordt aangemeld of na een door het productschap te bepalen datum wordt aangemeld, wordt de aanspraak op de overgedragen referentiehoeveelheid eerst erkend met ingang van de volgende heffingsperiode.
4. Onverminderd het bepaalde in artikel 7, tweede lid, onder a en b, wordt, indien het productschap de overdracht van een referentiehoeveelheid ter registratie krijgt aangeboden waarbij meer dan 20.000 kg per hectare wordt overgedragen, ten name van de verwerver de overdracht geregistreerd van 20.000 kg per hectare overgedragen grond. Het meerdere wordt aan de nationale reserve toegevoegd. Voor de niet ten name van de verwerver geregistreerde hoeveelheid wordt een vergoeding toegekend overeenkomstig de bepalingen van de daarvoor geldende regeling van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw.
5. De vergoeding, bedoeld in het vierde lid wordt toegekend aan de vervreemder van de grond, tenzij de betrokken partijen anders overeenkomen. In geval van ontbinding, eindigen dan wel beëindiging van een pachtovereenkomst wordt de vergoeding toegekend aan de verpachter en pachter gezamenlijk ieder voor de helft, tenzij de betrokken partijen anders overeenkomen.
6. Indien in een heffingsperiode de tijdelijke overdracht van een referentiehoeveelheid overeenkomstig het bepaalde in artikel 5door het productschap wordt geregistreerd en nadien in dezelfde periode ten aanzien van de betrokken hoeveelheid een kennisgeving bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid bij het productschap wordt aangemeld, wordt de aanspraak op de betrokken hoeveelheid eerst erkend met ingang van de volgende heffingsperiode.
2. Er kan eerst een aanspraak op referentiehoeveelheid worden gemaakt na de registratie door het productschap.
3. Indien de overdracht bedoeld in het eerste lid niet overeenkomstig de eisen van het eerste lid wordt aangemeld of na een door het productschap te bepalen datum wordt aangemeld, wordt de aanspraak op de overgedragen referentiehoeveelheid eerst erkend met ingang van de volgende heffingsperiode.
4. Onverminderd het bepaalde in artikel 7, tweede lid, onder a en b, wordt, indien het productschap de overdracht van een referentiehoeveelheid ter registratie krijgt aangeboden waarbij meer dan 20.000 kg per hectare wordt overgedragen, ten name van de verwerver de overdracht geregistreerd van 20.000 kg per hectare overgedragen grond. Het meerdere wordt aan de nationale reserve toegevoegd. Voor de niet ten name van de verwerver geregistreerde hoeveelheid wordt een vergoeding toegekend overeenkomstig de bepalingen van de daarvoor geldende regeling van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw.
5. De vergoeding, bedoeld in het vierde lid wordt toegekend aan de vervreemder van de grond, tenzij de betrokken partijen anders overeenkomen. In geval van ontbinding, eindigen dan wel beëindiging van een pachtovereenkomst wordt de vergoeding toegekend aan de verpachter en pachter gezamenlijk ieder voor de helft, tenzij de betrokken partijen anders overeenkomen.
6. Indien in een heffingsperiode de tijdelijke overdracht van een referentiehoeveelheid overeenkomstig het bepaalde in artikel 5door het productschap wordt geregistreerd en nadien in dezelfde periode ten aanzien van de betrokken hoeveelheid een kennisgeving bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid bij het productschap wordt aangemeld, wordt de aanspraak op de betrokken hoeveelheid eerst erkend met ingang van de volgende heffingsperiode.