BWBR0016539
Geldig vanaf 2004-04-01
Artikel 6
Regeling superheffing
1. De overdracht van een individuele referentiehoeveelheid, niet zijnde een geheel bedrijf, geschiedt in samenhang met de overdracht van de voor de melkproductie gebruikte grond als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de raadsverordening, als overeengekomen door betrokken partijen en met inachtneming van de hierna volgende bepalingen.
2. De over te dragen referentiehoeveelheid bedraagt niet meer dan 20.000 kg per hectare grond.
3. De over te dragen referentiehoeveelheid omvat minimaal 20.000 kg. Dit minimum behoeft niet in acht te worden genomen indien de totale referentiehoeveelheid van de overdrager minder dan 20.000 kg bedraagt en deze hoeveelheid in zijn geheel wordt overgedragen. Voorts behoeft dit minimum niet in acht te worden genomen bij het eindigen, beëindigen en ontbinden van een pachtovereenkomst, die is goedgekeurd door de grondkamer vóór 1 april 1993.
4. De ingevolge het eerste lid met een referentiehoeveelheid over te dragen grond was gedurende een periode van één jaar voorafgaande aan de overdracht daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik. Voorts dient de met een referentiehoeveelheid over te dragen grond gedurende een periode van één jaar na de overdracht daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik te blijven. In geval van beëindiging van een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 13, tweede lid, onder a, c en d, dient de terug over te dragen grond gedurende een periode van één jaar voorafgaande aan de beëindiging van een pachtovereenkomst daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik te zijn geweest.
5. Het vorige lid is niet van toepassing ingeval van overdracht krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht.
6. Een producent kan, nadat met betrekking tot enige heffingsperiode een overdracht van een referentiehoeveelheid op zijn naam is geregistreerd, niet met betrekking tot dezelfde heffingsperiode als vervreemder een overdracht laten registreren.
2. De over te dragen referentiehoeveelheid bedraagt niet meer dan 20.000 kg per hectare grond.
3. De over te dragen referentiehoeveelheid omvat minimaal 20.000 kg. Dit minimum behoeft niet in acht te worden genomen indien de totale referentiehoeveelheid van de overdrager minder dan 20.000 kg bedraagt en deze hoeveelheid in zijn geheel wordt overgedragen. Voorts behoeft dit minimum niet in acht te worden genomen bij het eindigen, beëindigen en ontbinden van een pachtovereenkomst, die is goedgekeurd door de grondkamer vóór 1 april 1993.
4. De ingevolge het eerste lid met een referentiehoeveelheid over te dragen grond was gedurende een periode van één jaar voorafgaande aan de overdracht daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik. Voorts dient de met een referentiehoeveelheid over te dragen grond gedurende een periode van één jaar na de overdracht daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik te blijven. In geval van beëindiging van een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 13, tweede lid, onder a, c en d, dient de terug over te dragen grond gedurende een periode van één jaar voorafgaande aan de beëindiging van een pachtovereenkomst daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik te zijn geweest.
5. Het vorige lid is niet van toepassing ingeval van overdracht krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht.
6. Een producent kan, nadat met betrekking tot enige heffingsperiode een overdracht van een referentiehoeveelheid op zijn naam is geregistreerd, niet met betrekking tot dezelfde heffingsperiode als vervreemder een overdracht laten registreren.