BWBR0016539
Geldig vanaf 2004-04-01
Artikel 8
Regeling superheffing
1. Indien naar het oordeel van het productschap een overdracht van grond dan wel het aangaan of beëindigen van een pachtovereenkomst kennelijk uitsluitend tot doel heeft gehad het maximum gesteld in artikel 6, tweede lid, te ontgaan, kan het productschap binnen een tijdvak van 3 jaren na overdracht van de referentiehoeveelheid, besluiten dat een aanspraak op deze hoeveelheid ter zake van die overdracht geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend, te rekenen vanaf het tijdstip van registratie, met dien verstande dat de niet-erkenning maximaal 12 maanden terugwerkt.
2. Indien een aanspraak ingevolge het eerste lid geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend:
a. kan erkenning van de aanspraak op de referentiehoeveelheid bij de vervreemder plaatsvinden indien de verkrijger en de vervreemder overeenkomen dat de overdracht van de referentiehoeveelheid ongedaan wordt gemaakt met ingang van de datum waarop partijen van deze overeenkomst op een daartoe voorgeschreven formulier bij het productschap hebben kennisgegeven;
b. kan erkenning van de aanspraak op de referentiehoeveelheid bij de verkrijger plaatsvinden, indien alsnog daadwerkelijk voor de melkproductie gebruikte grond aan hem wordt overgedragen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 met ingang van de datum waarop de betrokken registratie overeenkomstig de procedure van artikel 9 heeft plaatsgevonden.
3. De erkenning als bedoeld in het tweede lid wordt gerelateerd aan de nog niet verstreken periode van de betrokken heffingsperiode.
4. De verkrijger kan op diens verzoek voor het niet erkende deel van de referentiehoeveelheid aanspraak maken op een vergoeding van € 0,29 per kilogram referentiehoeveelheid. Voor zover deze vergoeding toegekend wordt, is het in het tweede lid bepaalde niet van toepassing. Een in de eerste volzin bedoeld verzoek wordt bij het productschap ingediend. De minister beslist op het verzoek.
5. Indien bij toepassing van artikel 7, tweede lid, onderdeel b, naar het oordeel van het productschap in het tijdvak van drie jaren volgend op de overdracht van de referentiehoeveelheid, het bedrijf niet of niet meer als een zelfstandige eenheid ongewijzigd wordt voortgezet, kan het productschap besluiten dat een aanspraak op deze hoeveelheid, die het maximum van 20.000 kg per overgedragen hectare te boven gaat, geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend, te rekenen vanaf het tijdstip van registratie, met dien verstande dat de niet-erkenning maximaal 12 maanden terugwerkt.
2. Indien een aanspraak ingevolge het eerste lid geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend:
a. kan erkenning van de aanspraak op de referentiehoeveelheid bij de vervreemder plaatsvinden indien de verkrijger en de vervreemder overeenkomen dat de overdracht van de referentiehoeveelheid ongedaan wordt gemaakt met ingang van de datum waarop partijen van deze overeenkomst op een daartoe voorgeschreven formulier bij het productschap hebben kennisgegeven;
b. kan erkenning van de aanspraak op de referentiehoeveelheid bij de verkrijger plaatsvinden, indien alsnog daadwerkelijk voor de melkproductie gebruikte grond aan hem wordt overgedragen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 met ingang van de datum waarop de betrokken registratie overeenkomstig de procedure van artikel 9 heeft plaatsgevonden.
3. De erkenning als bedoeld in het tweede lid wordt gerelateerd aan de nog niet verstreken periode van de betrokken heffingsperiode.
4. De verkrijger kan op diens verzoek voor het niet erkende deel van de referentiehoeveelheid aanspraak maken op een vergoeding van € 0,29 per kilogram referentiehoeveelheid. Voor zover deze vergoeding toegekend wordt, is het in het tweede lid bepaalde niet van toepassing. Een in de eerste volzin bedoeld verzoek wordt bij het productschap ingediend. De minister beslist op het verzoek.
5. Indien bij toepassing van artikel 7, tweede lid, onderdeel b, naar het oordeel van het productschap in het tijdvak van drie jaren volgend op de overdracht van de referentiehoeveelheid, het bedrijf niet of niet meer als een zelfstandige eenheid ongewijzigd wordt voortgezet, kan het productschap besluiten dat een aanspraak op deze hoeveelheid, die het maximum van 20.000 kg per overgedragen hectare te boven gaat, geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend, te rekenen vanaf het tijdstip van registratie, met dien verstande dat de niet-erkenning maximaal 12 maanden terugwerkt.