BWBR0016539
Geldig vanaf 2004-04-01
Artikel 6a
Regeling superheffing
1. In afwijking van het bepaalde in artikel 6, eerste lid, kan een overdracht van een individuele referentiehoeveelheid, niet zijnde een geheel bedrijf, plaatsvinden zonder overdracht van de voor de melkproductie gebruikte grond, als partijen dit overeenkomen en de verkrijger daarbij verklaart dat door deze overdracht van referentiehoeveelheid ingevolge artikel 18, eerste lid, onder f, van de raadsverordening, de structuur van de melkproductie op het niveau van het bedrijf verbetert of dat deze overdracht bijdraagt tot extensivering van de productie.
2. Een producent kan met toepassing van het eerste lid in een heffingsperiode ten hoogste 10% van zijn individuele referentiehoeveelheid, waarover hij bij de aanvang van die heffingsperiode beschikt, overgedragen krijgen, dan wel zoveel meer dat de referentiehoeveelheid na overdracht ten hoogste 20.000 kg per hectare voor de melkproductie op het betrokken bedrijf gebruikte grond bedraagt.
3. Artikel 6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Een producent die met toepassing van het eerste lid in enige heffingsperiode een referentiehoeveelheid heeft overgedragen gekregen kan eerst met ingang van de derde daarop volgende heffingsperiode een referentiehoeveelheid overdragen op basis van het eerste lid of van artikel 6, eerste lid.
5. Het productschap kan van het bepaalde in het vierde lid ontheffing verlenen indien naar het oordeel van het productschap sprake is van naar behoren gemotiveerde bijzondere omstandigheden. Indien een aanvraag om een ontheffing wordt ingediend na een door het productschap te bepalen datum, wordt de eventuele aanspraak op een overgedragen referentiehoeveelheid eerst erkend met ingang van de daaropvolgende heffingsperiode.
2. Een producent kan met toepassing van het eerste lid in een heffingsperiode ten hoogste 10% van zijn individuele referentiehoeveelheid, waarover hij bij de aanvang van die heffingsperiode beschikt, overgedragen krijgen, dan wel zoveel meer dat de referentiehoeveelheid na overdracht ten hoogste 20.000 kg per hectare voor de melkproductie op het betrokken bedrijf gebruikte grond bedraagt.
3. Artikel 6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Een producent die met toepassing van het eerste lid in enige heffingsperiode een referentiehoeveelheid heeft overgedragen gekregen kan eerst met ingang van de derde daarop volgende heffingsperiode een referentiehoeveelheid overdragen op basis van het eerste lid of van artikel 6, eerste lid.
5. Het productschap kan van het bepaalde in het vierde lid ontheffing verlenen indien naar het oordeel van het productschap sprake is van naar behoren gemotiveerde bijzondere omstandigheden. Indien een aanvraag om een ontheffing wordt ingediend na een door het productschap te bepalen datum, wordt de eventuele aanspraak op een overgedragen referentiehoeveelheid eerst erkend met ingang van de daaropvolgende heffingsperiode.