BWBR0016446
Geldig vanaf 2004-03-01
Artikel 4
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Ondersteunende Taken van het GVB Amsterdam 2003
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, van dit besluitgenoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in:
a. artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering;
b. artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993, hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
a. artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering;
b. artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993, hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.