BWBR0016231
Geldig vanaf 2004-01-11
Artikel 9
Regeling uitkeringen kinderopvang 2004
1. De minister stelt de uitkering vast overeenkomstig de verlening, indien het aantal opgegeven opvangplaatsen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, groter of gelijk is aan het bij de aanvraag opgegeven aantal, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a.
2. De minister stelt de uitkering in afwijking van de verlening vast, indien het aantal opgegeven opvangplaatsen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, lager is dan het bij de aanvraag opgegeven aantal, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a.
2. De minister stelt de uitkering in afwijking van de verlening vast, indien het aantal opgegeven opvangplaatsen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, lager is dan het bij de aanvraag opgegeven aantal, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a.