BWBR0016231
Geldig vanaf 2004-01-11
Artikel 3
Regeling uitkeringen kinderopvang 2004
De overeenkomst of subsidiebeschikking vermeldt op inzichtelijk wijze:
a. het aantal opvangplaatsen van tenminste 2160 uur voor dagopvang en van tenminste 1050 uren buitenschoolse opvang (afgerond op één decimaal);
b. het aan het kindercentrum door de gemeente verleende bedrag, dat betrekking heeft op opvangplaatsen in 2004;
c. dat het uitsluitend opvangplaatsen betreft die geheel of gedeeltelijk door de gemeente worden gefinancierd of gesubsidieerd, dan wel die gedeeltelijk door de gemeente worden gefinancierd of gesubsidieerd en door een inkomensafhankelijke ouderbijdrage;
d. dat opvangplaatsen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, zijn uitgesloten van de overeenkomst of subsidiebeschikking;
e. de wijze, waarop het kindercentrum verantwoording aflegt aan de gemeente over de realisatie van de opvangplaatsen;
f. dat het kindercentrum de voorwaarden van deze regeling dient na te leven; en
g. dat deze tot stand is gebracht vóór 1 januari 2005 en betrekking heeft op 2004.
a. het aantal opvangplaatsen van tenminste 2160 uur voor dagopvang en van tenminste 1050 uren buitenschoolse opvang (afgerond op één decimaal);
b. het aan het kindercentrum door de gemeente verleende bedrag, dat betrekking heeft op opvangplaatsen in 2004;
c. dat het uitsluitend opvangplaatsen betreft die geheel of gedeeltelijk door de gemeente worden gefinancierd of gesubsidieerd, dan wel die gedeeltelijk door de gemeente worden gefinancierd of gesubsidieerd en door een inkomensafhankelijke ouderbijdrage;
d. dat opvangplaatsen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, zijn uitgesloten van de overeenkomst of subsidiebeschikking;
e. de wijze, waarop het kindercentrum verantwoording aflegt aan de gemeente over de realisatie van de opvangplaatsen;
f. dat het kindercentrum de voorwaarden van deze regeling dient na te leven; en
g. dat deze tot stand is gebracht vóór 1 januari 2005 en betrekking heeft op 2004.