BWBR0016231
Geldig vanaf 2004-01-11
Artikel 4
Regeling uitkeringen kinderopvang 2004
1. De hoogte van de verleende uitkering is afhankelijk van het aantal toegekende opvangplaatsen dat voor een uitkering van het Rijk in aanmerking komt, vermenigvuldigd met € 6857.
2. Het maximum aantal toe te kennen opvangplaatsen per gemeente dat voor subsidie in aanmerking komt, wordt bepaald op basis van:
a. een door de gemeente gedane opgave van het aantal opvangplaatsen dagopvang en buitenschoolse opvang in een kindercentrum in het jaar 2003,
b. verhoogd met een opslag van 10 % bestemd voor financiering van opvangplaatsen gastouderopvang, en
c. verminderd met een per gemeente in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen drempelaantal opvangplaatsen.
3. De minister kan nader onderzoek verrichten naar de juistheid van het door de gemeente opgegeven aantal opvangplaatsen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en indien de opgave onjuist blijkt, dit aantal zonodig aanpassen.
2. Het maximum aantal toe te kennen opvangplaatsen per gemeente dat voor subsidie in aanmerking komt, wordt bepaald op basis van:
a. een door de gemeente gedane opgave van het aantal opvangplaatsen dagopvang en buitenschoolse opvang in een kindercentrum in het jaar 2003,
b. verhoogd met een opslag van 10 % bestemd voor financiering van opvangplaatsen gastouderopvang, en
c. verminderd met een per gemeente in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen drempelaantal opvangplaatsen.
3. De minister kan nader onderzoek verrichten naar de juistheid van het door de gemeente opgegeven aantal opvangplaatsen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en indien de opgave onjuist blijkt, dit aantal zonodig aanpassen.