BWBR0016231
Geldig vanaf 2004-01-11
Artikel 1
Regeling uitkeringen kinderopvang 2004
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. kinderopvang: het in georganiseerd verband tegen vergoeding verzorgen en opvoeden van kinderen van 0 jaar tot de leeftijd waarop het primair onderwijs eindigt door anderen dan de eigen ouders, verzorgers, pleeg- of stiefouders, op tijden dat deze hiervoor niet beschikbaar zijn;
c. opvangplaats: aanbod van kinderopvang gedurende tenminste 1050 uren buitenschoolse opvang dan wel 2160 uren dagopvang per jaar in een kindercentrum;
d. kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, die voldoet aan de eisen bij of krachtens het Tijdelijk besluit kwaliteitsregels kinderopvang;
e. dagopvang: kinderopvang van kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 4 jaar;
f. buitenschoolse opvang: kinderopvang van kinderen in de leeftijd dat zij naar het primair onderwijs gaan met dien verstande dat naast verzorging en opvoeding ook toezicht en vrije tijdsactiviteiten worden aangeboden, waarbij in ieder geval opvang wordt aangeboden na school en in schoolvakanties;
g. gastouderopvang: kinderopvang in een gezinssituatie, die tot stand komt door middel van een gastouderbureau die de bemiddeling van gastouderopvang tussen gastouders en ouders tot stand brengt en die betrekking heeft op gelijktijdig ten hoogste vier kinderen;
h. drempelaantal opvangplaatsen: het aantal opvangplaatsen in een gemeente dat niet in aanmerking voor een uitkering van het Rijk, bedoeld in paragraaf 2;
i. het besluit: het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid.
2. Tot een opvangplaats wordt niet gerekend een opvangplaats waarvoor de gemeente subsidie heeft ontvangen op grond van de Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders.
a. minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. kinderopvang: het in georganiseerd verband tegen vergoeding verzorgen en opvoeden van kinderen van 0 jaar tot de leeftijd waarop het primair onderwijs eindigt door anderen dan de eigen ouders, verzorgers, pleeg- of stiefouders, op tijden dat deze hiervoor niet beschikbaar zijn;
c. opvangplaats: aanbod van kinderopvang gedurende tenminste 1050 uren buitenschoolse opvang dan wel 2160 uren dagopvang per jaar in een kindercentrum;
d. kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, die voldoet aan de eisen bij of krachtens het Tijdelijk besluit kwaliteitsregels kinderopvang;
e. dagopvang: kinderopvang van kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 4 jaar;
f. buitenschoolse opvang: kinderopvang van kinderen in de leeftijd dat zij naar het primair onderwijs gaan met dien verstande dat naast verzorging en opvoeding ook toezicht en vrije tijdsactiviteiten worden aangeboden, waarbij in ieder geval opvang wordt aangeboden na school en in schoolvakanties;
g. gastouderopvang: kinderopvang in een gezinssituatie, die tot stand komt door middel van een gastouderbureau die de bemiddeling van gastouderopvang tussen gastouders en ouders tot stand brengt en die betrekking heeft op gelijktijdig ten hoogste vier kinderen;
h. drempelaantal opvangplaatsen: het aantal opvangplaatsen in een gemeente dat niet in aanmerking voor een uitkering van het Rijk, bedoeld in paragraaf 2;
i. het besluit: het Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid.
2. Tot een opvangplaats wordt niet gerekend een opvangplaats waarvoor de gemeente subsidie heeft ontvangen op grond van de Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders.