BWBR0016231
Geldig vanaf 2004-01-11
Artikel 8
Regeling uitkeringen kinderopvang 2004
1. De gemeente doet voor de verantwoording, bedoeld in artikel 50 van het besluit, opgave van het aantal opvangplaatsen dagopvang en buitenschoolse opvang in een kindercentrum over 2004.
2. Bij de verantwoording vermeldt de gemeente uitsluitend de aantallen opvangplaatsen bij kindercentra die voldoen aan de artikelen 2en 3.
3. Voor de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, worden gegevens verstrekt op een door de minister vastgesteld verantwoordingsformulier, dat is ingericht overeenkomstig het model in bijlage 3bij deze regeling.
4. Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat uiterlijk 31 oktober 2005 de minister het verantwoordingsformulier heeft ontvangen van het aantal opvangplaatsen dat voor subsidie op grond van deze regeling in aanmerking komt.
5. Een accountantsverklaring die overeenkomstig artikel 50, derde lid, van het besluit, aan de verantwoording wordt toegevoegd, wordt ingericht overeenkomstig het model in bijlage 4bij deze regeling.
6. Het bij de aanvraag opgegeven aantal opvangplaatsen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, maakt geen onderdeel uit van de accountantscontrole.
7. De accountantsverklaring, bedoeld in het vijfde lid, is gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage 5bij deze regeling opgenomen controle- en rapportageprotocol.
8. Indien het verantwoordingsformulier en de accountantsverklaring, bedoeld in het derde respectievelijk vijfde lid, niet binnen de gestelde termijn zijn ontvangen, stelt de minister de uitkering ambtshalve vast, waarbij de uitkering die is verleend, wordt verminderd met 20%. In het geval de termijn, bedoeld in de vorige volzin, met meer dan 12 maanden is overschreden, stelt de minister de uitkering eveneens ambtshalve vast, met dien verstande dat de uitkering in dat geval wordt verminderd met 50%.
2. Bij de verantwoording vermeldt de gemeente uitsluitend de aantallen opvangplaatsen bij kindercentra die voldoen aan de artikelen 2en 3.
3. Voor de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, worden gegevens verstrekt op een door de minister vastgesteld verantwoordingsformulier, dat is ingericht overeenkomstig het model in bijlage 3bij deze regeling.
4. Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat uiterlijk 31 oktober 2005 de minister het verantwoordingsformulier heeft ontvangen van het aantal opvangplaatsen dat voor subsidie op grond van deze regeling in aanmerking komt.
5. Een accountantsverklaring die overeenkomstig artikel 50, derde lid, van het besluit, aan de verantwoording wordt toegevoegd, wordt ingericht overeenkomstig het model in bijlage 4bij deze regeling.
6. Het bij de aanvraag opgegeven aantal opvangplaatsen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, maakt geen onderdeel uit van de accountantscontrole.
7. De accountantsverklaring, bedoeld in het vijfde lid, is gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage 5bij deze regeling opgenomen controle- en rapportageprotocol.
8. Indien het verantwoordingsformulier en de accountantsverklaring, bedoeld in het derde respectievelijk vijfde lid, niet binnen de gestelde termijn zijn ontvangen, stelt de minister de uitkering ambtshalve vast, waarbij de uitkering die is verleend, wordt verminderd met 20%. In het geval de termijn, bedoeld in de vorige volzin, met meer dan 12 maanden is overschreden, stelt de minister de uitkering eveneens ambtshalve vast, met dien verstande dat de uitkering in dat geval wordt verminderd met 50%.