BWBR0016139
Geldig vanaf 01-01-2004
Artikel 6
Regeling toezichtkosten DNB Wet toezicht kredietwezen 1992
1. De Bank kan eenmalig een bedrag in rekening brengen aan een aanvrager of een verzoeker ter vergoeding van de kosten van de behandeling van een aanvraag of verzoek om:
a. een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 38 van de wet, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt naar kredietinstellingen als bedoeld onder artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2° van de wet;
b. een ontheffing als bedoeld in de artikelen 6, derde lid, 10, vijfde lid, 25, vierde lid, 31, vijfde lid, 32, vierde lid, 38, vierde lid, 38a, derde lid, 82, derde lid, of 83, derde lid, van de wet;
c. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in de artikelen 23, eerste lid, 24, eerste lid, of 30d, derde lid van de wet;
d. een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 45, eerste lid van de wet;
2. De Bank kan eenmalig een bedrag in rekening brengen aan een onderneming of instelling ter vergoeding van de kosten van de verlening van een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 6, tweede lid, 31, vierde lid, 32, tweede lid, en 38, derde lid, van de wet welke verlening wordt verricht naar aanleiding van een opgave als bedoeld in artikel 4 van de vrijstellingsregeling Wet toezicht kredietwezen 1992 of toezending van de jaarrekening als bedoeld in artikel 6 van genoemde vrijstellingsregeling.
3. De Bank kan eenmalig een bedrag in rekening brengen aan de onderneming of instelling ter vergoeding van de kosten van een toetsing van de deskundigheid of betrouwbaarheid van een beleidsbepaler, mede-beleidsbepaler of houder van een gekwalificeerde deelneming welke toetsing wordt verricht naar aanleiding van een kennisgeving, melding of mededeling als bedoeld in artikel 13, eerste of derde lid van de wet.
4. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, kan worden vermeerderd met een bedrag ter vergoeding van de kosten van een toetsing van de deskundigheid of betrouwbaarheid van een beleidsbepaler, mede-beleidsbepaler of houder van een gekwalificeerde deelneming, voor zover deze kosten niet reeds op basis van het eerste lid in rekening zijn gebracht.
a. een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 38 van de wet, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt naar kredietinstellingen als bedoeld onder artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2° van de wet;
b. een ontheffing als bedoeld in de artikelen 6, derde lid, 10, vijfde lid, 25, vierde lid, 31, vijfde lid, 32, vierde lid, 38, vierde lid, 38a, derde lid, 82, derde lid, of 83, derde lid, van de wet;
c. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in de artikelen 23, eerste lid, 24, eerste lid, of 30d, derde lid van de wet;
d. een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 45, eerste lid van de wet;
2. De Bank kan eenmalig een bedrag in rekening brengen aan een onderneming of instelling ter vergoeding van de kosten van de verlening van een vrijstelling als bedoeld in de artikelen 6, tweede lid, 31, vierde lid, 32, tweede lid, en 38, derde lid, van de wet welke verlening wordt verricht naar aanleiding van een opgave als bedoeld in artikel 4 van de vrijstellingsregeling Wet toezicht kredietwezen 1992 of toezending van de jaarrekening als bedoeld in artikel 6 van genoemde vrijstellingsregeling.
3. De Bank kan eenmalig een bedrag in rekening brengen aan de onderneming of instelling ter vergoeding van de kosten van een toetsing van de deskundigheid of betrouwbaarheid van een beleidsbepaler, mede-beleidsbepaler of houder van een gekwalificeerde deelneming welke toetsing wordt verricht naar aanleiding van een kennisgeving, melding of mededeling als bedoeld in artikel 13, eerste of derde lid van de wet.
4. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, kan worden vermeerderd met een bedrag ter vergoeding van de kosten van een toetsing van de deskundigheid of betrouwbaarheid van een beleidsbepaler, mede-beleidsbepaler of houder van een gekwalificeerde deelneming, voor zover deze kosten niet reeds op basis van het eerste lid in rekening zijn gebracht.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016139
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl