BWBR0016139
Geldig vanaf 01-01-2004
Artikel 4
Regeling toezichtkosten DNB Wet toezicht kredietwezen 1992
1. De Bank stelt jaarlijks een verantwoording op van de opgedragen taken en toegekende bevoegdheden en daaruit voortvloeiende werkzaamheden uit hoofde van de wet. De verantwoording wordt voor het eerst opgesteld over het jaar 2004.
2. De verantwoording gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Bank aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. De accountant voegt bij de verklaring bedoeld in het tweede lid, tevens een verslag van zijn bevindingen omtrent de rechtmatige inning en besteding van de middelen door de Bank uit hoofde van de wet.
4. De Bank zendt de vastgestelde verantwoording als bedoeld in het eerste lid, voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan de minister.
5. De Bank doet onverwijld mededeling in de Staatscourant van de verantwoording waarmee de minister heeft ingestemd, en maakt deze openbaar.
2. De verantwoording gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Bank aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. De accountant voegt bij de verklaring bedoeld in het tweede lid, tevens een verslag van zijn bevindingen omtrent de rechtmatige inning en besteding van de middelen door de Bank uit hoofde van de wet.
4. De Bank zendt de vastgestelde verantwoording als bedoeld in het eerste lid, voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan de minister.
5. De Bank doet onverwijld mededeling in de Staatscourant van de verantwoording waarmee de minister heeft ingestemd, en maakt deze openbaar.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016139
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl